Voorjaarscongres – deel 2: de farmaceutische industrie

Het NVvP is bezig zich opnieuw te oriënteren op de verhouding met de farmaceutische industrie. Daarover ging een aantal bijeenkomsten op het congres. De inhoud was interessant, de vorm misschien nog interessanter. Op dag één ’s ochtends vroeg (voor de enthousiastelingen) was de eerste bijeenkomst, waar aan de hand van stellingen een discussie werd gevoerd, waar o.a. de voorzitter van de NVvP (RJ van der Gaag) en de directeur van het bureau (Peter Niesink, oftewel Onze Man in Den Haag) bij waren. Afijn, de discussie ging al snel over onafhankelijkheid. Dit werd al snel gekoppeld aan wetenschap en evidence, en zo werd de discussie wat verengd tot of reclame geweerd zou moeten worden uit het Tijdschrift voor Psychiatrie, of over de vraag of de farmaceutische industrie wel zo ruim vertegenwoordigd zou moeten zijn op het congres (voor wie er nog nooit is geweest: stel je een fabriekshal voor vol stands met keurig geklede jongedames en heren. Tien jaar terug werd er nog aardig uitgedeeld met prullaria-cadeautjes, maar de teugels zijn aangetrokken waardoor je nu vooral gelokt wordt met lekkere cappuccino. Dus echt decadent is het niet helaas). Al snel werden een paar polariserende argumenten geplaatst, zoals het uitgekauwde argument dat we ‘niet met de rug naar de farmacie moeten gaan staan’. Dit is een voorbeeld van een zogenaamde ‘slippery slope’ argument, zoals bijvoorbeeld door Sarah Palin over ons euthanasiebeleid wordt gesproken: als je daaraan begint, dan is het maar een kleine stap naar ‘death panels’. Dergelijke argumenten zijn erkende drogredenen. Een andere drogreden was: we kunnen toch niet voorkomen dat we reclame over ons heen krijgen, dus subjectief zijn we toch. Dit is de drogreden van het ‘vals dilemma’, in dit geval: we kunnen alleen genoegen nemen met volledige onafhankelijkheid (objectiviteit), dat is toch onmogelijk, dus laat ook maar. Omdat ik deze argumenten al vaker had gehoord, verbaasden ze me niet. Opvallender vond ik dat de zaal tamelijk kritiekloos het idee van objectieve, belangenvrije wetenschap leek te herbergen. Ik mag iedereen die psychofarmaca voorschrijft of neemt een avondje grasduinen in de Carlat Psychiatry blog aanbevelen, en een blik op de David Healy affaire, dan bent u meteen ook af van die mythe. Al met al was mijn indruk dat voor zover er maatregelen zouden gaan komen, ze de kern van de zaak, namelijk de vertekeningen die plaatsvinden op het niveau van het wetenschappelijk onderzoek zelf en de rapportage en publicatie daarvan, nauwelijks zouden raken.

Vrijdag had Joost Mertens, een enthousiaste en (in mijn ogen) heel aardige collega, een leuke discussie georganiseerd met iemand van de Inspectie van de VGZ, de directeur NL van Eli Lilly, en de baas van het IVM. Joost had een aardig boek gelezen over hoe invloed werkt, en daaruit terecht afgeleid dat we echt niet kunnen vertrouwen op het zelfbewustzijn van artsen t.a.v. beïnvloeding. Ruud Coolen van de IVM kwam al dichter bij het vuur met meer informatie over hoe er met data gemanipuleerd kan worden. Maar over zaken als betalingen aan hoogleraren of aan patiëntverenigingen werd (nog) niet gerept. Een collega bracht vooral de ethische dimensie naar voren, en ik vulde hem aan dat om die ethiek goed te kunnen wegen, ik wel feiten nodig had, onder anderen wie hoeveel geld kreeg van wie, en wie waarbij betrokken was. De directeur van Eli Lilly kwam met het (ook heeel oude) argument dat al hun wetenschappelijk onderzoek en productiekosten ook echt heel duur waren en daar was alom begrip voor, maar nadat iemand opmerkte dat de marketingkosten van de farmacie toch een veelvoud zijn van die kosten, was het enthousiasme wat getemperd. Uiteindelijk ging het hier weer om de vraag hoe je vertrouwen kweekt. Ik stelde de directeur voor dat het wel vertrouwen zou wekken als Eli Lilly zich zou committeren aan een met de overheid of met ons afgesproken verhouding tussen uitgaven voor onderzoek en voor marketing etc. Daar praatte hij mooi omheen!

Al met al had ik bij de eerste discussie meer behoefte aan een focus op juist de subjectieve belangen in het wetenschapsbedrijf en enige afstand van het inderdaad onhaalbare ideaal van onafhankelijkheid, en bij de tweede discussie juist meer nadruk op het streven naar meer harde cijfers. Maar dan het liefst die van bankrekeningen.

Oh ja, over de vorm: bij de eerste bijeenkomst kon over stellingen worden gestemd. Dat was ook aardig, want zo konden we zien dat er voor 40% medewerkers van de farmaceutische industrie in het publiek zaten! Over invloed gesproken… ~AR

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s