Het stof daalt neer

Het zijn boeiende tijden. Net nu de komst van het rechtse kabinet vrijwel zeker is, beginnen zich de eerste scheuren af te tekenen in het zorgstelsel. Allereerst was daar natuurlijk de uitspraak over DBCs en privacy, in elk geval een teken dat er minder lichtvaardig over gedacht mag worden dan sommigen eerder hebben gedaan. Vervolgens zijn er twijfels bij het NZA over DBCs. En meest recent is er de studie van het CPB waaruit ‘vooralsnog’ blijkt dat concurrentie tussen ziekenhuizen geen effect heeft op kwaliteit van zorg. Al deze zaken roepen natuurlijk de nodige verdere vragen op, maar voor velen zal denk ik gelden: too little too late. Met het komende kabinet wordt het volop marktwerking. Initiatieven zoals de onze zullen weggezet worden als ‘ideologisch achterhoedegevecht’ of als het verdedigen van (salaris)belangen.

Door ziekte geveld heb ik de tijd genomen om het prachtige ‘Verward van geest en ander ongerief‘ te lezen, een uitputtende studie van de geschiedenis van de Nederlandse psychiatrie. Medische, morele (geloof of ideologie) en sociale idealen botsen daarin op fascinerende wijze met de algemene staatsbelangen (toegang tot zorg, grip op de uitgaven, veiligheid), en de algemene politieke wind (in de laatste halve eeuw: van verzuild naar individualistisch). De uitkomst nu is volgens mij dat we het risico lopen op Amerika te willen gaan lijken in ons gezondheidszorg model, waarin het individu centraal staat, zonder de community resources (daarmee bedoel ik: resources buiten de GGZ) die Amerika wél heeft (omdat deze traditie bij hun ouder is) in de zin van overname van dergelijke zorg door gezin, kerk, of andere maatschappelijke organisatie. Daarmee is mijn grootste zorg nog steeds dat dit model erin zal resulteren dat de zorg niet met dit model rechtvaardig verdeeld zal worden in de zin dat diegenen die de zorg het hardste nodig hebben, het ook zullen ontvangen.

Daarnaast blijkt uit een aantal studies die ik gelezen heb, dat de vraag die ik eerder stelde: levert marktwerking kwaliteitsverbetering op? tot nu toe beantwoord moet worden met: het zou kunnen, misschien, mits er aan x voorwaarden voldaan wordt.  En dat je erbij kunt zeggen: er is ook een risico op het tegendeel. Uit één studie die ik las bleek in elk geval het volgende:

“The results support the view that hospitals with higher market share exercise market power through a reduction in quality. This is also true for highly concentrated markets.” (Sari, N. Do competition and managed care improve quality? Health Economics 2002)

Mijn indruk tot nu toe is dat de gevolgen sterk afhankelijk zullen zijn van de locale situatie. En we kunnen in elk geval ‘evidence based’ zeggen dat de kosten in afgelopen jaren in de GGZ in elk geval opgelopen zijn, terwijl er in elk geval geen aanwijzingen zijn voor kwaliteitsverbetering. En daarnaast zijn er genoeg collega’s die juist klagen over kwaliteitsverlies. Volgens het CPB zou wel duidelijk zijn dat dergelijke concurrentie tot lagere kosten leidt, maar bijvoorbeeld Sweder van Wijnbergen bestrijdt dit (Volkskrant 15 sept). In elk geval zet de regering daar straks zeker zijn kaarten op.

Ik denk dus dat er nog genoeg is om over actie te voeren, en dat het niet zinloos is, zeker als je de potentiële risico’s van deze koers bekijkt. Voor je weet wordt een achterhoedegevecht plots een strijd in de voorhoede. ~AR

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s