De onzichtbare hand en het onzichtbare effect

And the winner is…. Hans Pijp! Inderdaad, De Schot Adam Smith schreef ‘The Wealth of Nations’ dat een beslissende invloed had op het denken van Alan Greenspan, die via een paar decennia Amerikaanse cultureel-economische dominantie medeverantwoordelijk is voor ons huidige zorgstelsel. Nog een reden om trots te zijn op mijn afkomst. De voucher voor 10 Health Miles (goed voor één afgehakt vingerkootje of de helft van een reanastomose) ligt klaar voor de winnaar.

Terug naar Adam, want waar ging dat ook weer over: de onzichtbare hand van de markt, en het postuleren van rationeel eigenbelang als een nieuw moreel referentiewaarde en motor voor het algemene belang. Maar zoals vaker gebeurt, is Smith slechts selectief geciteerd: hij was geen marktutopist zoals Ayn Rand, maar vond wel degelijk dat er domeinen waren waarbij overheden de taak hadden publieke belangen te verdedigen, zoals bijv. in het onderwijs, en in het bankierswezen. Hij voorspelde zelfs de kredietcrisis. en hij zei letterlijk: ‘All for ourselves, and nothing for other people, seems, in every age of the world, to have been the vile maxim of the masters of mankind.’ Kortom, met Smith was er ruimte voor solidariteit, een publiek domein, en checks and balances tegenover de markt.

Hij leverde wel een ethische basis voor de opkomende marktsamenleving op: tevoren werden hebzucht en egoïsme als zondig gezien, maar het rationele eigenbelang en de onzichtbare hand (die zelf een religieuze betekenis kreeg van Smith) vormden in zijn beschouwing een ‘force for good’ voor de samenleving. Dit was een stap weg van de deugdenethiek zoals die eerder in het feodale stelsel bestond: bij je positie in de maatschappij hoorde een aantal plichten, deugden, en verantwoordelijkheden. De koppeling die Smith maakte was tussen een economisch stelsel en een instrumentele ethiek, waarbij iets wat voordien als laakbaar gedrag (hebzucht) werd gezien, vanwege de uiteindelijke opbrengsten als goed kon worden gezien. In wezen toen dus ook een revolutie in het ethisch denken.

Dit illustreert ook een paar voor en nadelen van beide ethische systemen: een deugdenethiek kan iets stars hebben, het staat als een huis, maar daarna zit er weinig beweging in. Dat zie ik soms ook terugkomen bij filosofie/ethiek onderwijs aan artsen dat ik soms geef: als je een moeilijk praktijk probleem langs de deugdenethiek analyseert, dan kom je al heel snel op de medische klassiekers: niet schaden, bestwil, autonomie, rechtvaardigheid. Tja, en dan? De instrumentele ethiek, met als slogan: the greatest good for the greatest number of people (dekt de lading niet helemaal maar u snapt waar het om gaat) brengt dan in elk geval meer dynamiek in de zaak. Maar instrumentele ethiek kan zonder balans leiden tot de tyrannie van de meerderheid: als wat voor de meerderheid goed werkt scherpe nadelen heeft voor de minderheid, heeft een instrumentele ethiek daar niet meteen veel over te zeggen. Dan moet je voor balans toch terug zijn bij de deugden. (Of bij andere ethische methoden.)

Daarmee zijn we weer terug bij de actualiteit: als de politiek en de beroepsverenigingen praten in termen van: we kunnen niet anders, we moeten ten behoeve van de staatsfinanciën, of ten behoeve van de stijgende zorgvraag, of vanwege toekomstige personeelskosten etc etc, dan is dat een beroep op instrumentele ethiek, en dan moet je goed kijken welk doel wordt beoogd en voor wie. Het gaat dan dus over de noden van de bevolking als geheel. Juist als men zegt: we moeten niet over ideologie (lees: waarden, of ouderwets: deugden) praten, dan kan het zijn dat men bewust of onbewust het gesprek een andere kant op wil sturen: we praten niet over welke persoonlijke of professionele waarden in het geding zijn. Het gaat om het resultaat. Zo gezien is het geen wonder dat de hoogleraar evidence-based medicine prof Swinkels sterk gelieerd lijkt te zijn aan het instrumentele denken: ook bij EBM gaat het vooral om het resultaat.

Tegelijk heb ik de prof bij voordrachten regelmatig de schijnbare stelligheid van EBM vaker horen nuanceren: we weten heel veel ook niet, en het grootste gedeelte van het (psycho)therapeutisch effect is een mysterieuze combinatie van placebo effecten en nonspecifieke factoren verweven in het contact. Onzichtbaar, moeilijk te traceren, etherische evidence. De hamvraag: wat gaat er verloren als het instrumentalisme domineert en alleen het zichtbare toegelaten wordt?

Volgende keer meer dus over één van de deugden: beroepseer. ~AR

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s