And Now For Something Completely Different…Sinterklaas bestaat echt

De GGZ moet zich af en toe ook eens over iets anders laten horen dan over het zorgelijke zorgstelsel. Als er een storm oplaait, kun je dekking zoeken, maar stormen hebben de akelige gewoonte slachtoffers te maken, dus soms moet je die ook samen bestrijden. Momenteel woedt er een (social)media-storm over ADHD. Zie de Volkskrant, zie de NRC, zie de boeken, snuif de sfeer op op twitter en diverse blogs. Het gaat er soms vurig aan toe. Dat kun je als onthechte filosoof misschien prima vinden, een verhit argument, maar ook bij dit onderwerp worden mensen persoonlijk geraakt door de zaken waar het om gaat. Het gaat dus echt ergens over, over mensen dus. Het is misschien ook wel typisch een menselijk trekje dat alle deelnemers aan het debat zich dat wel realiseren, en allemaal ‘het beste voorhebben’ met de medemens. Het zijn immers goedwillende burgers, cliënten, ouders van, hulpverleners van diverse allooi, betrokken journalisten. Toch vlamt het op en ontstaan er, zo lijkt het, kampen.

Normaal groepsproces, hoor ik u zeggen. Geduld.

Tja, ben bang dat dit nou iets is waarbij sociale media (SM) hun zwakte tonen, want via SM kun je met een simpele klik je groepsalliantie verbreken en verschuiven. Even blocken, unliken, ontvrienden, klaar. Over naar de andere groep. Er is weinig dat druk geeft om je aan de ‘groep’ te binden als je kunt vissen tussen zoveel miljoen alternatieven. Dit effect is al eens beschreven voor SM: het idee dat het tot grotere ideeën-uitwisseling zou leiden, is uitgedaagd door de gedachte (bevestigd in, ik durf het bijna niet te zeggen, sociaal-psychologisch onderzoek), dat mensen eerst op zoek gaan naar gelijkgestemden. Niks melting pot dus, maar een soort hete broeierige tapas. Gelukkig zijn er ook mooie voorbeelden van ‘tegenstanders’ die elkaar opzoeken en het gesprek met elkaar aangaan, zie bijvoorbeeld de bloguitwisseling tussen Robert Vermeiren en Laura Batstra. Die houden toch de wetenschappelijke kernwaarde van het luisteren naar de argumenten van je opponent hoog. Maar waar de domeinen (‘professioneel’ blog, twitter, online-krant, second screen) inmiddels zo vloeiend in elkaar overgaan, verglijden de regels van de dialoog soms, en kan de in een opinie-artikel gewaardeerde polemiek botsen met nuchtere wetenschappelijke attitude. Ik spreek even voor mezelf als ik zeg, dat ik nog moet wennen aan het overspringen op andere media en de bijbehorende mores. Een ingezonden brief is echt wat anders dan een blog. Het mag niet verbazen als ik als Brit pleit voor een beetje self-restraint bij het betreden van deze domeinen.

Tot zover het medium, nu the message: het gaat nog steeds over ADHD, en er wordt over en weer aanstoot genomen aan een aantal al dan niet vaag geformuleerde beweringen, die ik zal proberen op te sommen (u zult herhalingen zien maar de variaties zijn wel belangrijk):

– ADHD ‘bestaat niet’ maar is een ‘etiket’ dat op ‘afwijkend gedrag’ wordt geplakt.

– Er is sprake van overdiagnostiek van ADHD en kinderen krijgen te snel en teveel medicatie voor ADHD.

– Er zijn geen specifieke hersenafwijkingen die samengaan met ADHD dus het is geen echte ziekte.

– Het zijn typisch de psychiaters en de farmaceutische industrie die de diagnose ADHD ‘promoten’ omdat ze er (financieel of professioneel) belang bij hebben.

– Er zijn wel degelijk hersenafwijkingen beschreven bij ADHD dus is het een echte ziekte.

– Er zijn veel kinderen, ouders, gezinnen die lijden onder wat als ‘ADHD’ wordt gezien, en het ‘etiket’ is nodig om hun de benodigde zorg te kunnen geven.

– Zeggen dat ADHD niet bestaat is kwetsend en stigmatiserend voor bovenstaande betrokkenen, want die worden gezien als aanstellers of profiteurs.

– Zeggen dat ADHD wel bestaat is kwetsend en stigmatiserend voor bovenstaande betrokkenen, want die worden onterecht opgezadeld met een diagnose en niet-onschuldige pillen.

Okee, deze opsomming is, zoals dat heet, niet-limitatief, maar genoeg om de tanden even in te zetten. Via een andere route nu. Eén manier om argumenten te analyseren is om te bekijken welke concepten bij elkaar worden gegroepeerd, een ‘logical geography‘ heeft Gilbert Ryle dat wel eens genoemd. Modern zou je het misschien een conceptuele netwerkanalyse moeten noemen maar dan moet je ook echt rekenen en daar heb ik de software en vooral de tijd effe niet voor!

Welke concepten zie je dan door de media heen vaak met elkaar in verband gebracht worden? Met mijn beperkte tijd/middelen denk ik het zo te mogen schetsen maar ik hou me aanbevolen voor correcties en aanvullingen:

Sommige deelnemers aan de discussie lijken een klassiek Cartesiaans dualisme te volgen:

Echt – biologisch – objectief – feitelijk -hersenafwijkingen – medicatie – psychiaters – farmaceutische bedrijven – ziekte – verontschuldigend – geen verantwoordelijkheid – medicalisering – dwang.

Niet echt – sociaal – subjectief – normen – etiket – psychologische behandeling – gedrag – ouders – stoornis – aanspreekbaar – wel verantwoordelijk – demedicalisering – vrij.

In deze optiek moet, fundamenteel, ‘ziekte’ in materie gegrondvest zijn. Als het als iets immaterieels wordt beschouwd, dan ‘bestaat’ het niet echt. Het is natuurlijk raar om dat te zeggen van een concept dat overduidelijk bestaat, dus we moeten goed begrijpen wat hier met ‘bestaan’ wordt bedoeld. Dat is niet altijd duidelijk, maar meestal ligt het in de buurt van ‘het is geen echte ziekte’. Je kunt dit op een bepaald niveau vergelijken met Sinterklaas. Die bestaat ook niet echt, we hebben ‘m verzonnen, het is geen echt persoon. Dit uitgangspunt: een ziekte is pas echt als er een aangetoond ‘pathofysiologisch substraat’ is, wijst op het hanteren van een (ontologisch) materialistisch standpunt. Thomas Szasz doet dit al jaren, en verbindt daar inderdaad consequent de conclusie aan dat psychiatrische aandoeningen geen ziekten zijn, niet voor (gedwongen) behandeling door medici in aanmerking moeten komen (populair bij sommige libertijnse groeperingen), maar ook niet voor uitkeringen (minder populair) of ontschuldiging bijv. bij crimineel gedrag. Het grappige is dat indertijd tegenstanders van Szasz precies hetzelfde materialisme aanhielden, maar beweerden dat er wel degelijk afwijkingen waren, en dat we vooral verder moesten zoeken. Bill Fulford heeft deze aannames bekritiseerd, leidend tot verdere ontwikkeling over de vraag wat ziekte en stoornis nu eigenlijk zijn.

Als Laura Batstra in een blog zegt dat ze een onderscheid wil maken tussen ziekten en stoornissen, dan gebruikt ze deze argumentatie. Maar ze zegt dus niet dat ADHD niet bestaat. Ze erkent dat het een stoornis is. Tegelijk verbindt ze wel de associatie ‘medisch’ aan ziekte, terwijl ze vindt dat stoornissen gedemedicaliseerd zouden moeten worden. Ze is dus niet full-Szasz, maar half. Bij haar ook de zorgen over ‘over-medicatie’ en stigmatisering. Daarin heeft ze overigens wel een punt: eerder werd wel eens gedacht dat het ophelderen of koppelen van een ‘biologisch substraat’ aan een aandoening de-stigmatiserend zou kunnen werken, immers, als het door je lichaam komt, kun jij er toch niks aan doen? Maar het blijkt eerder pro-stigmatiserend te werken: als de burger denkt aan biologie, associeert hij daarmee: onveranderlijk. En dat werkt niet in je voordeel, qua stigma. Ik kom net terug van een conferentie over kwalitatief onderzoek waar een Canadese onderzoekster rapporteerde van het negatieve effect op eigenwaarde dat uitging van de conceptuele associatie tussen ‘depressie’ en ‘diabetes’ voor patiënten.

Tegelijk zie je dus degenen die ik voor het gemak ‘pro-ADHD’ noem, wijzen op ADHD als hersenziekte. Terwijl ook zij een medicalisering afwijzen, en beschrijven hoe behandelingen uit veel meer bestaan dan medicatie. Ook hier dus half-Szasz. Terwijl ik vermoed dat het idee van ADHD als ‘hersenziekte’ ook bij hun schuurt. Waarom dan toch deze manier van legitimatie? Ik denk dat het antwoord ligt in een onuitgesproken sociale overeenkomst: ziekte is materie. Je hoort het de politici zeggen die een aandoening uit het pakket willen gooien, dan beginnen ze over etiketten en geen wetenschappelijke basis. Dit is het dominante concept. Alleen staat het nergens zo opgeschreven. We denken dat we ons eraan moeten conformeren, en dus praten we zo.

Maar het klopt voor geen meter.

Ten eerste is het harde onderscheid lichaam-geest natuurlijk flauwekul en in de filosofie allang verlaten. Geest IS lichaam, get over it. Als we het onderscheid maken, is het een perspectiefwisseling, het gaat niet om andere ‘dingen’. Dus je hoeft echt niet iets geestelijks te ‘bewijzen’ met een stukje lichaam. Helaas hebben teveel psychiater-opinion leaders (POLs) deze legitimering overgenomen, overigens primair met sociale doelen: het beschermen van hun professionele legitimatie, immers: ‘de psychiater is een medicus’. Dus ja, wij psychiaters hebben boter op het hoofd qua materialisme. Maar: er zijn de nodige andere POLs die wel genuanceerdere uitspraken hierover hebben gedaan. Bijvoorbeeld Karl Jaspers 100 jaar geleden. Afijn, ik weid teveel uit.

Als we ons ziektebegrip filosofisch en wetenschappelijk een beetje updaten, dan begrijpen we dat niet alleen alle psychiatrische aandoeningen, maar alle aandoeningen een normatieve basis hebben. Oftewel: de keuze om een set verschijnselen (meestal verschijnselen waar mensen last van ondervinden, nadeel, lijden etc.) als ‘ziekte’ te bestempelen, is uiteindelijk een sociale keuze. Geïnformeerd door wetenschap, feiten, natuurlijk, maar ook beïnvloed door sociale omstandigheden, belangen, de resources binnen een maatschappij, etc. etc. Dus waar Laura Batstra m.i. een fout maakt (althans in haar blog, haar boek ga ik nog lezen), is dat ze een fundamenteel onderscheid lijkt te willen maken tussen ziekte en stoornis, waarbij alleen de eerste medische hulp zou rechtvaardigen. Maar wat wel of niet in het domein van het medische valt, is historisch van geheel andere factoren afhankelijk dan alleen het al dan niet opgehelderd zijn van een materiële pathofysiologie. De suggestie daarvan is wel aangewend om het in het domein van de medicus te halen, zeker, maar zie bijvoorbeeld Freud, die tegelijk de neurose in het etherische onbewuste lokaliseerde en de medicus als kenner en vakbekwaam practicus van deze etherische biologie een gepriviligeerde positie gaf. Biologie, zo wist hij al, ontstijgt het Cartesiaanse dualisme.

Het zou dus mooi zijn, denk ik, als we anders zouden gaan praten en denken over ziekte, en voor een aardig voorbeeld over hoe het wel moet, kan ik het zeer leesbare boek, zeker de laatste hoofdstukken (maar die kun je het beste lezen als je de eerste ook gelezen hebt, ha ha), ‘Doe Eens Normaal’ van Malou van Hintum aanbevelen. Langs een andere route komt zij ook tot de conclusie dat psychiatrische aandoeningen in de kern te maken hebben met de adaptatie van individuen aan hun omgeving, en dus noodzakelijkerwijs normatief beladen zijn, en dat we voor de kern dus niet in de hersenen moeten zoeken. Tegelijk is bij haar ook duidelijk dat deze normativiteit op geen enkele manier afdoet aan de status van de aandoening als ziekte. Dat doet het immers alleen als je dat idiote materialisme aanhangt.

Eigenlijk moet je het zo zien, net als Sinterklaas. Die bestaat niet, maar die loopt toch echt rond in December. En er komen echte cadeaus. Met echte pepernoten. De kinderen zijn echt blij, echt opgewonden, en zingen echt als hij eraan komt. Alles aan Sinterklaas is echt, tot en met zijn nepbaard. We hoeven niet verder te kijken dan dat. Er valt dan nog genoeg te bespreken, maar over één dingen hoeven we elkaar in elk geval niet in de haren te vliegen: ADHD is een gegeven. En nu: wat kunnen we er het beste aan doen?

Wordt vervolgd. ~AR

Advertenties

5 thoughts on “And Now For Something Completely Different…Sinterklaas bestaat echt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s