Een stapje terug (en twee stappen vooruit met de geit)

Back to business! We doen een stapje terug van satire naar de rauwe werkelijkheid. Er is immers geen tijd te verliezen. Het rommelt en dondert in de zorg, en dit is pas het begin. De GGZ gaat dit jaar over op prestatiebekostiging, en als uitkomt wat ik er van verwacht, gaat het leven van hulpverleners en cliënten in de GGZ daar niet mee vooruit. Er komt een ‘Perfect Storm’ op de GGZ af, en het kunnen daarmee eens hele moeilijke tijden worden.

De afgelopen blogs gingen over het CVZ-rapport, dat nog steeds (en terecht) veel oproer en reacties oplevert binnen en buiten de GGZ. Hopelijk wordt dit een aanleiding voor GGZ professionals om zich meer te roeren, want daar is alle aanleiding toe, en niet alleen vanwege het CVZ. Even recapituleren: we hebben dus gezien dat de ideeën in het CVZ-rapport rechtstreeks terug te voeren zijn naar de opdracht van de minister om het pakket te verkleinen tot ‘onbetwistbare zorg’. Dus, ondanks de protesten van het CVZ, ja, dit is een bezuinigingsoperatie. Maar goed, bezuinigen is natuurlijk niet per se slecht. De vragen die met name aan de orde zijn, en waar in de reacties op het CVZ rapport verschillende antwoorden op worden gegeven, zijn:

– Is het verstandig en terecht om te bezuinigen binnen de GGZ?

– Zo ja, hoe moet dat dan?

Het moge duidelijk zijn dat voor de meeste politieke partijen vraag 1 met ja beantwoord moet worden: het bezuinigen kan niet snel genoeg beginnen. Als we naar de CVZ-reacties kijken, dan wordt op deze vraag doorgaans geantwoord met begrip, tegelijk wordt erop gewezen dat behandeling door de GGZ grote maatschappelijke opbrengsten heeft, ook economische, en dat de GGZ dus -ook financieel-  een goede investering is (ik laat de discussie over de ethische aspecten van praten over ‘goed’ in economische termen nu even links liggen, het is immers crisis). Daarnaast wordt in de reacties met name gehamerd op het ontbreken van een goede analyse van de kostengroei, en geeft men aan dat bij ontbreken daaraan de maatregelen een deugdelijke (financiële) onderbouwing missen. (Ook alle conceptuele kritiek mbt de onzinnige beslissing om een grens te trekken tussen klachten en stoornissen, of tussen soma en psyche, laat ik nu even liggen. Dat gaat vast nog een keer terugkomen.) De hoogleraren psychiatrie benadrukken hun bereidheid om op grond van een gedegen analyse van de kostengroei mee te denken aan maatregelen.

Ondertussen krijg ik via twitter enerzijds veel steun voor de standpunten van de diverse belangenverenigingen, maar er zijn ook kritische opmerkingen, in de trant van: wat een geklaag over bezuinigen, we moeten toch allemaal een stapje terugdoen? En wanneer gaat de GGZ nu zelf eens orde op zaken stellen? Zie hiervoor bijvoorbeeld de blog van Otto Reuchlin, een kritische volger van de ontwikkelingen in de zorg met de nodige ervaring. Hij vindt dat de cultuur in de GGZ, vooral bij de bestuurders, om moet: ze zijn zich teveel op meer, meer , meer gaan richten. De NVvP legt dit op het bordje van de nieuwe aanbieders, die immers niet gebudgetteerd zijn, en die en masse ambulante behandelingen zijn gaan aanbieden: ziedaar de effecten van de zorgmarkt in de ambulante GGZ. Ook wordt er gewezen op een inhaal-effect van de GGZ t.o.v. de reguliere zorg als gevolg van het geleidelijk aan afnemen van het taboe op hulp door de GGZ. Afijn, ik kan zo nog even doorgaan, maar de kern van de zaak is: hoe verklaren we de kostengroei in de GGZ (en, als we toch bezig zijn, hoe verklaren we de groei in de hele zorg? En waarin verschilt de GGZ?)

Dit zou natuurlijk de vraag moeten zijn die mw. Schippers voor haar rekening zou moeten nemen, dat ligt niet op het bordje van het CVZ (al heeft het er alle schijn van dat het CVZ zich daar wel voor laat gebruiken, zie o.a. de recente reactie van de NVvP. Maar opvallend genoeg laat mw. Schippers t.a.v. oorzaken van de groei opvallend weinig horen. Het blijft bij algemeenheden als toegenomen zorgvraag, of verkeerde prikkels. Hoe zit dat? Weet ze het niet, of is het misschien niet de bedoeling dat daar te kritisch naar gekeken wordt? (Vergeef me mijn skepsis naar mw. Schippers, maar wees gerust, mijn paranoïdie is behoorlijk gegeneraliseerd.) Laten we wel wezen: dit is natuurlijk een hele lastige vraag, heel groot en complex. Maar het is ook niet zo dat daar geen onderzoek naar gedaan is, sterker nog, u kunt er in diverse rapporten het nodige over vinden. Allereerst is er het rapport ‘Naar beter betaalbare zorg’ van de ‘Taskforce Beheersing Zorguitgaven’. Op hun beurt hebben zij o.a. gebruik gemaakt van het KPMG rapport ‘Onderzoek Excess Growth’. Daarnaast kunt u data en analyse vinden bij de jaarlijkse Zorgbalans, het CBS, de NZa, de RIVM, en specifiek voor de GGZ het Trimbos met jaarlijkse Trendrapportages en jaarlijks ‘De GGZ in tabellen‘.

Omdat iedereen het druk heeft behalve ik, ben ik maar eens in die rapporten gaan duiken. Daar valt veel uit te leren, met soms verrassende bevindingen! We komen er zo op terug, maar ik kan het toch even niet laten om in te gaan op de overkoepelende vraag: zijn bezuinigingen hard nodig?

De algehele opinie zegt dat bezuinigen gewoon nodig is, geen discussie. Zonder nu hier uitvoerig erop in te willen gaan wil ik even aanhalen dat de nodige gezaghebbende economen en bijvoorbeeld ook de IMF gewaarschuwd hebben tegen teveel en te snel snijden in de economie, waarmee een zgn. procyclisch beleid gevoerd wordt. We zien dit in meerdere landen, onder andere het Verenigd Koninkrijk, mislukken: als je teveel snijdt, houdt de burger de hand op de knip, de economie stagneert, hup, double of triple dip. Waarmee ik maar wil zeggen dat de mate van Rutte cs opgelegde bezuinigingen zeker niet een natuurwettelijk gegeven is.

Daarmee kan bezuinigen in de zorg nog wel gerechtvaardigd zijn, want daar schijnt iedereen het over eens te zijn: de groei is onhoudbaar. Mijn vorige blog behandelde dat op ironische wijze, hier wil ik mijn standpunt proberen toe te lichten en te onderbouwen. Om te beginnen: is de GGZ te groot? Het antwoord ligt voor de hand: het is maar wat je groot vindt. Er is dus gewezen op de maatschappelijke en economische opbrengsten van investeren in zorg, zaken die keurig wetenschappelijk onderbouwd zijn. Eén voorbeeld: de kosten van depressie (mn productiviteitsverlies) voor de Europese Unie zijn geschat op 136 miljard euro (ziehier). De verwachting is dat depressie de nummer 1 plaats gaat innemen in de ranglijst van productiviteitsverlies in de komende decennia. In hetzelfde document wordt aangegeven dat de opbrengst van investeren in GGZ hoogstwaarschijnlijk wordt onderschat, en er wordt een handzaam tabel getoond van bewezen effectieve interventies die op langere termijn winst opleveren Klik even op de tabel voor een grotere weergave:

Table 1

Vanuit dit perspectief zouden we de groei van de GGZ juist kunnen toejuichen.

Hier nog uit ‘GGZ in tabellen 2010’ van het Trimbos-instituut een tabel met de top 10 ziektelast 2007. (Klik = uitvergroten)

Tabel Ziektelast

Overigens is het Trimbos met de jaarlijkse Trendrapportages en eveneens jaarlijkse ‘GGZ in tabellen’ een bijzonder rijke bron van informatie aangaande deze discussies.

Maar er zijn natuurlijk vele perspectieven op groei, en het gehanteerde perspectief van de minister is: “van 2000 tot 2010 zijn de kosten van de GGZ met 146% gegroeid. Tijd voor nog een paar tabellen:

Productie GGZ

Productie in cijfers

Hier ziet u dat de meest forse toename zit in de ambulante contacten. De klinische capaciteit is vrijwel constant (sinds eind jaren tachtig wel gedaald, maar de laagste daling in Europa), en er is een gestage toename in beschermd wonen.

Die knik omhoog in ambulant vanaf 2003 heeft volgens de NZa in elk geval voor een deel administratieve oorzaken: vanaf toen werden telefoontjes meegerekend. Maar dan nog: de helling is wezenlijk gestegen. Wat is er daar aan de hand? Het Trimbos concludeert dat de sterkste toename bij de ‘intensieve ambulante zorg’ zit.

De recente rapporten van de Taskforce en van KPMG leveren heel interessante informatie op, dus we gaan daar iets langer bij stilstaan. KPMG richt zich op ‘excess growth’ dat is dus de groei die bovenop de groei komt die je normalerwijs kunt verwachten tgv demografische veranderingen, inflatie, CAO e.d. die dus als meer extern van de zorg gezien worden.

Wat is er in het KPMG rapport te lezen? Allereerst dat ‘beleid’ een aanzienlijk deel van de kostenontwikkeling verklaart (dit haalt KPMG mn ook uit het RIVM rapport).

“De groei is, gecorrigeerd voor overhevelingen, gelijk voor de ZVw en de AWBZ, en bedraagt nominaal tussen 2000 en 2010 gemiddeld 6,5% nominaal per jaar. In zowel absolute als relatieve zin zijn de ziekenhuiszorg, de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg en de GGZ de belangrijkste veroorzakers van de groei. Loonontwikkeling is een belangrijker determinant van groei zorgkosten dan de demografische ontwikkelingen. Uit de macro-analyse blijkt dat de loonontwikkeling bijna de helft van de jaarlijkse groei verklaart. Demografie is verantwoordelijk voor 1,2% en 1,4% in de ZFW/Zvw en AWBZ respectievelijk. De overige groei is in de eerste helft van het decennium nog deels prijsontwikkeling onafhankelijk van loonontwikkeling, maar dit verdwijnt langzaam in de jaren daarna. Wat overblijft is volume. Zowel in de ZFW/Zvw als de AWBZ is de excess growth zo’n 2¾% gemiddeld per jaar. Opvallend is dat de excess growth in de meeste sectoren vrijwel geheel samen valt met beleidsmaatregelen met een direct budgettaire impact: aanpassingen aanspraken, stimulansmaatregelen, etc. Opvallend is dat in de sectoren verantwoordelijk voor de hoogste uitgaven er bovenop de directe effecten van beleid nog een belangrijk aandeel onverklaarde excess growth te zien is.”

“Voor belangrijke typen zorgvragen worden per uitgegeven euro zowel meer mensen geholpen als betere uitkomsten gerealiseerd. Dit blijkt in bijna alle gevallen op te gaan in de curatieve zorg, maar ook de toenemende vraag in de ouderenzorg wordt met relatief minder middelen en meer in de eigen omgeving van de cliënt opgevangen. In de electieve zorg leidt de technologische innovatie tot vermindering van het operatieve risico, waardoor de indicatiestelling in de meeste gevallen wordt verruimd. Naast deze ontwikkelingen, waarbij waarde wordt gecreëerd, lijkt de introductie van het B-segment zonder sturing op gepaste volume tot een verdere verruiming van de indicatiestelling te leiden die geen aantoonbare waarde oplevert. Een zelfde ontwikkeling (zowel waardecreatie als aanwijzingen voor overgebruik) is zichtbaar in de zorg rond de bevalling.”

Bekostiging speelt een grote rol in kostenontwikkeling.”

KPMG levert ook een belangrijk methodologisch en beleidsmatig commentaar:

“Expliciete besluitvorming vergt inzicht in de kostengroei en dus toegang tot de relevante data.

– Om expliciete besluitvorming over excess growth mogelijk te maken is inzicht in waar de kostengroei plaatsvindt vereist. Dit kan alleen op een betekenisvolle manier langs de benadering van de zorgvraag in plaats van de sectorbenadering, omdat anders effecten zoals technologie, demografie, epidemiologie, operationele efficiëntie niet of nauwelijks inzichtelijk te maken zijn.
– De groei van de zorgaanspraak, en ook de doorwerking van technologische ontwikkeling, onttrekt zich voor een belangrijk deel aan expliciete politieke besluitvorming. In veel gevallen besluit de beroepsgroep eigenstandig (al dan niet onder invloed van sociaal-culturele trends en/of technologie) dat een intensivering van de behandeling vereist is. In andere gevallen loopt het proces uit in een toelatingsbeslissing bij het CVZ. In welke mate de toelatingsbeslissingen van het CVZ een rol spelen in de zorgaanspraak uitbreidingen in vergelijking met andere effecten zoals beslissingen door de beroepsgroep is onhelder door een gebrek aan toegankelijke data.”

Hun advies:

1.Kantel de begroting: van sectorbenadering naar de benadering vanuit de zorgvraag.
–Geconstateerd is dat een kanteling van de begroting vereist is om inzicht te krijgen in kostengroei in de zorg. Alleen dan kunnen de drivers (demografie, epidemiologie en technologie) op een betekenisvolle manier mee worden meegenomen in de raming van de kostengroei. Een begroting gericht op sectoren past ook niet bij de functiegerichte filosofie van de Zvw, en remt de noodzakelijke innovatie die nodig is om de toegevoegde waarde te verhogen. Op langere termijn is kanteling de enige weg om substitutie te stimuleren en betekenisvol aan kostenbeheersing te doen.
2.Zet in op ontsluiting van data
–Een belangrijke bevinding uit dit onderzoek is dat de benodigde data voor adequate monitoring wel aanwezig zijn, maar dat de data gefragmenteerd worden beheerd, eenduidige regie op het databeheer ontbreekt, en verschillende databeheerders om onduidelijke redenen ook aan VWS niet of nauwelijks toegang verschaffen tot deze data. Zonder inzicht in data ten aanzien van kosten en kwaliteit van zorg is budgettaire beheersing ondoenlijk. Daarom adviseren wij in te zetten op tijdige ontsluiting van de verschillende registraties.
3.Stuur via een ‘dashboard’ als instrument om de gekantelde begroting te monitoren
–Indien deze databronnen ontsloten worden tot een samenhangende set van informatie per zorgvraag over kosten- en kwaliteitsontwikkeling dan creëert VWS stuurinformatie aan de hand waarvan proactief geacteerd kan worden, waardoor besluitvorming over kostengroei in de zorg expliciet gemaakt wordt. Dit is geen idealistisch toekomstperspectief, maar op korte termijn realiseerbaar anno 2013.

Ondanks deze methodologische bezwaren is het interessant om te kijken wat KPMG wél kan zien, met name over de GGZ.

Het KPMG bewijst ons een dienst door de ‘excess growth’ (dus gebaseerd op prijs en volumeontwikkelingen) af te zetten tegen beleidsmaatregelen (pag. 24 e.v.). Kijkt u maar even mee.

Excess growth 1

Excess growth 2

Excess growth 3

Wat kunnen we hieruit afleiden? Punt één dat er voor de meeste sectoren een sterk verband is tussen beleidsmaatregelen en excess growth, behalve voor de GGZ. Nog interessanter is het om te zien wanneer die groei bij de GGZ is opgetreden, en dat is met name in de periode 2000-2005. Sindsdien is te zien dat de curve excessieve groei aan het dalen is, en in recente jaren zelfs onder nul komt, kortom: enige relatieve krimp. Maar hoe verklaart het KPMG dan toch die stijging die we eerder zagen op de ambulante hulp in de GGZ? Dat is terug te zien in de analyse die ze doen ‘gekanteld’ naar de zorgvraag, waarbij ze depressie onder de loep nemen.

GGZ DepressieWat is hier te lezen? “De groei van de depressiezorg wordt niet veroorzaakt door demografische of epidemiologische ontwikkelingen. De sterk groeiende zorgvraag naar depressiezorg (en GGZ in het algemeen) lijkt te worden veroorzaakt door het samenvloeien van sociaal-culturele trends (hogere vraag) en beleidsmaatregelen (vergroting aanbod).”

There you have it folks: vraag en aanbod. In other words: de zorgmarkt. Het bewuste beleid dat na 2006 ingevoerd is, dat ertoe geleid heeft dat er nieuwe aanbieders kwamen die zich toelegden op de lichtere problematiek (vandaar ook dat de bedden niet gedaald zijn) omdat deze lucratiever is (minder ‘rafelige zorgproducten’, zie de vorige blog, maar ook omdat grote instellingen precies hetzelfde gedaan hebben (zie bijvoorbeeld het reclamemaken door Indigo) en er dus inderdaad een toename is geweest van lichtere zorgvragen in de tweede lijn. Logisch dus dat er nu een beweging wordt gemaakt terug naar de eerste lijn, en dat men probeert de bedden af te bouwen. In dat licht zit er veel in het Bestuurlijk akkoord dat strookt met deze analyse.

Behalve dat er dus aan de hoofdveroorzaker van deze groei, het marktmodel, niks gebeurt. En nu begrijpt u dus ook, althans, dat is mijn analyse, waarom de minister niet al te diep op deze rapporten in wil gaan en liever gelijk doorsteekt naar pakketmaatregelen: er zou eens aan het licht kunnen komen dat haar ideologie (want dat is het) van marktmechanismen de hoofdveroorzaker is van de uit de klauwen lopende zorgkosten. De cultuur die om moet in de GGZ, maar, zoals u kunt lezen in die rapporten, meer dan genoeg aanwezig is elders in de zorg, is er bewust neergezet, door de minister zelf en haar voorgangers, onder andere vanuit haar eigen partij. Ondertussen grijpt de minister steeds meer in de markt, want anders kun je tarief- en pakketmaatregelen niet noemen, met als grootste ingreep het Hoofdlijnenakkoord mbt volumegroei. Dit laatste is natuurlijk de grootste beperking in de markt: gij zult niet teveel groeien. Gezien het feit dat dit pas zeer recent is afgesproken, en er in het eerste jaar van die afspraak inderdaad een gematigde groei te zien was, terwijl de excess growth in de GGZ juist geleidelijk dalende is, zou je zeggen: minister, wacht nou even de ontwikkelingen af, laat het veld zijn Bestuurlijk Akkoord afrollen, kijk of het Hoofdlijnenakkoord gaat werken en of de MBI nodig is, kortom: heb vertrouwen. Dit maakt het des te interessanter om erachter te komen wat nu écht de impetus is achter deze nieuwe exercitie van de minister.

Wel, ik vind dat ik voor nu wel genoeg voorgekauwd heb. Nu is mijn vraag aan u, lieve lezer, om mij -en daarmee de GGZ-  te helpen. Neem even de tijd om u over deze rapporten te buigen en stuur me uw ideeën. Heb ik het goed gezien of zit ik er hopeloos naast? Wat zou u doen als u Schippers was? (Nee, niet ‘ontslag nemen’.) Als u met een blog wilt bijdragen, dan kan dat, daar is deze blog ook voor! Laten we eens kijken of we kunnen crowdsourcen over de vraag hoe het nu zit met die kosten en de GGZ. Vooruit met de geit!

Advertenties

15 thoughts on “Een stapje terug (en twee stappen vooruit met de geit)

  1. Carel muller schreef:

    Als ik Schippers was zou ik je direct uitnodigen op het departement: die man kan mij helpen nadenken ! Hulde, lof,prachtig stuk.

    Als ik Schippers was zou ik vasthouden aan mijn hoofddoelstelling: de Verwekeling van het Nederlandse Volk terugdringen door het aandraaien van de bankschroeven. Burgers, mensen ? Werken zul je !
    ( goede stelregel: wat gebeurt,is de bedoeling).

  2. Linda rollenberg schreef:

    Dank voor de uitgebreide en eenvoudige uitleg, eindelijk de vinger op de echte wond. Eerder advies ga alsjeblieft aan tafel bij de heren van de publieke zenders, (DWDD of P&W), die krijgen veel aandacht van de ministers.

  3. De excessive growth daalt, daarop wachten lijkt me goed. Dat de zorgvraag toeneemt heeft een beleids en culturele oorzaak zeg je. Ja klopt. Wat te weinig aan de orde komt is de inhaalslag van de GGZ op lange termijn vanwege een grote latente zorgvraag (23% van de ziektelast). Deze wordt pas langzaam manifest en investeringen in aanbod zijn op de lange duur daarom nodig. Ook de verschuiving van levensverwachting verhogen naar kwaliteit van zorg bevorderen is een trend waar de GGZ door gaat groeien. Dat is ook wenselijk. Juist op de GGZ moet dus in verhouding tot de andere sectoren minder gekort worden, Productiviteitsgroei kan de kosten binnen de perken houden, maar deze zit vooral in administratie, logistiek en hoger gekwalificeerd personeel aantrekken in de andere sectoren van de zorg. In de verpleging en verzorging werken door eerdere bezuinigingen veel te veel laag gekwalificeerde krachten. Het aandeel van de zorg in het bnp en het aandeel van de GGZ daarbinnen zal ondanks dat stijgen en dat hoeft geen ramp te zijn. De discussie moet daarom eerst gaan over de bijdrage van de GGZ aan de productiviteit en productiviteitsgroei van de samenleving en de noodzakelijke investeringen die daarbij nodig zijn..Zie ook artikel op mijn site, waarom het aandeel van de GGZ toeneemt (stond zondag op twitter).

  4. snapputniemeer schreef:

    Groot probleem in de zorg is dat er van die ellenlange verhalen over geschreven worden…. Zelf heb ik een kleine ervaring met het GGz ; want ze vonden dat ik iets had…. waar ze een probleem van wilde maken. Maar ik heb dat (ADD?) al zolang dat ik het geen probleem vindt en er mee om kan gaan. Kreeg ik de vraag of ik ze dat niet gunde????

    Waar is het zelfreinigende effect waar elke ondernemer WEL over moet beschikken als het fout dreigt te gaan? Dan gaan we kosten besparen!

  5. Pjotr Kuilboer schreef:

    Beste Alan,

    Bedankt voor bovenstaand uittreksel, i.c. prachtig “essay” en ik kijk uit naar je PPP hiervan. Je hebt me heel wat leeswerk bespaard, en daarmee kostbare tijd. En tijd is volgens Seneca het kostbaarste wat de een aan de ander kan geven. “Je weet hoeveel je had, maar je weet nooit wat je nog hebt”.
    Een van de founders van de de huidige marktwerking vanuit “Psychiatrieland” is collega Aaron Lazare uit Massachusetts/Harvard/Boston. Heb je zijn handboek gelezen? Het heet “Outpatient psychiatry, Diagnosis and Treatment” uit 1979. Zijn benadering is de “Consumer (verbruiker, wegteren) Approach, clinical encounter, conflict and negotiation, In termen van Kwant “Reis en ontmoeting”. Focussen op de patientrequest/hulpvraag en hierbij stilstaan en uitdiepen, en tot een vergelijk komen. De diagnostiek gebruiken om in te zoemen op de patient en zijn eigenheid binnen zijn context, levensloop, goal etcetcera…. Kortom maatwerk.
    Je als hulpverlener gedragen in het licht van Sullivan, tijd maken voor ontmoeting en installation of hope.
    Een pracht boek om te verteren.
    Wat is overigens je kijk op en ervaring met het gebruik van EMDR?
    Was vandaag naar Shared Care en probeerde een pleidooi te houden voor eerst opruimen ( losmaken/deblokkeren, en mogelijk catharsis en ruimte voor ontwikkeling) en aldus ruimte maken voor vertering/verwerking voordat je noodgedwongen over gaat tot verdoving en uitstel (want niet zelden werken psychofarmaca zo en helpen/versterken aldus primitieve afweermechanismen bij de gebruiker, met als gevolg niet alleen veel tijdverlies maar ook ellende en nog meer problemen).
    Hoe komt het dat veel collegae zich laten inperken tot de rol van “drugdealer”‘?
    Overigens heb ik de indruk vanuit geluiden die ik opvang, dat een aanzienlijk aantal van onze jongste collegae hun blik willen verruimen voorbij DSM 4 of 5, neuro-psychiatrie en zich inzetten om niet in een tunnelvisie te belanden middels psychotherapie-opleidingen, leertherapie etc.. Heb jij ook die indruk?

    • Dag Pjotr, hartelijk dank voor je reactie en de referenties. Je raakt m.i. aan een aantal fundamentele conceptuele of professionele spanningen, tussen de cliënt als patiënt of klant, de principiële of deugdenethische kant (inhoud) vs. de utilitaire (resultaten) en natuurlijk de vraag: wat te doen met de tijd? Ben benieuwd hoe je pleidooi gevallen is! EMDR heb ik zelf niet in getraind, wel van nabij ervaring via therapeutische werk met trauma en vrouwengroepen. Mits ingebed prima zou ik zeggen. Of veel collegae zich zo laten inperken durf ik niet te zeggen, ik heb vanuit mijn eigen onderzoek enige voorzichtige aanwijzingen dat de presentatie van de psychiater professional naar buiten toe (als ‘scientist practitioner’ en daarmee meer innig gerelateerd aan materie en dus aan medicatie) wel eens voor een sociaal legitimerende functie dient terwijl er in de spreekkamer wel degelijk ruimte gemaakt wordt voor de ontmoeting. Ik hoop daar gaandeweg dit jaar meer over te kunnen schrijven als het onderzoek vordert.
      De DSM 5.0 zelf is, zo is de verwachting, al een (zeer voorzichtige) stap van focus vnl op betrouwbaarheid richting validiteit. Dat laatste is voor de psychiatrie nog steeds een matig uitgewerkt concept. Ik heb zowel in de jonge als de oude psychiaters nog steeds veel vertrouwen als het gaat om hun honger om hun cliënt primair als mens te zien en te behandelen. Dat ze niet altijd bereid zijn daarvoor de strijd aan te gaan of op de barricaden te gaan staan, is iets anders. Maar ja, ik ben een Schot, wij hebben traditioneel weinig excuus nodig om te gaan vechten 😉
      Later dit jaar trouwens een bijeenkomst van samenwerkingsverband Stichting Psychiatrie en Filosofie, Platform NVvP Filosofie en Psychiatrie, en Lectoraat GGZ over de DSM, gefocust op een mogelijk leven zonder DSM! Zie: http://www.psychiatrieenfilosofie.nl/dsm-v-symposium

      • Geachte Mijnheer Ralston, Beste Alan,

        Dank U voor Uw reactie en de link naar Leiden.
        Ik denk erover om op 19 juni daarheen te gaan in de hoop dat het gepresenteerde mijn hersenen zal doen knarsen, en me zal helpen (om voortbouwend op het “lijden” met en zonder (de kolen en citroenen van) DSM) aan andere (bredere, en meer helpende) gezichtspunten.
        Overigens hoe verhoudt DSM en het gebruik (en misbruik?) van haar zich tot presentie en ontmoeting? Tot Herstel en Kracht? Tot La Condition Humaine, en de menselijke maat?
        In zekere zin leiden organisaties, functioneel gedrag en categorisering tot vervreemding en ontzieling.
        Jammer dat 19 juni niet op een vrij(e)dag valt, maar wie weet wordt het een bezielend en bevlogen gebeuren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s