Een goed jaar

Het gedonder begint. Althans, als wat Kees van Kooten zegt klopt (en er zijn weinigen die scherper zien dan hij): als wat we zeggen niet hetzelfde is als wat we bedoelen, dan creëren we geen redelijke zaken, dan begint het gedonder. Onlangs onweerde het even in mijn hoofd toen ik een tweet van de belangrijkste man in de Nederlandse zorg (volgens Skipr) las, Wim van der Meeren, voorzitter RvB van CZ.

Wim maakte zich ook al druk, omdat psychologen andere DSM diagnoses zouden stellen om toch zorg vergoed te krijgen. En dat allemaal van ons premiegeld! Robin Hood gedrag, vond de man die jaarlijks 4 ½ ton van dezelfde premiegelden mee naar huis neemt. Robin Hood? You say that like it’s a bad thing!, zouden de Amerikanen zeggen.

Het bleef toch in mijn gedachten hangen, die tweet. Niet omdat het een voorbeeld zou zijn van een zorggraaier die de hersensplijtende arrogantie heeft om met zulk een zak geld op zijn rug en een enorm pakhuis met geld in zijn achtertuin anderen die veel minder verdienen aan te zeggen dat ze zuiniger moeten zijn, nee, wie ben ik om iemand zo de maat te nemen, bovendien heb ik helaas al enig eelt ontwikkeld voor het zorggraaiersverhaal. Ik ben al jaren voor Balkenendenorm in de zorg, over de hele linie, maar er lopen kennelijk genoeg dwazen rond die niks geleerd hebben van de financiële crisis en nog steeds denken dat als je mensen aan de top veel teveel betaalt de heerlijkheid vanaf de top van de piramide zal neerdalen over het instituut. Trickle-down bliss, zal ik maar zeggen. Afijn, heb ik al genoeg over geroepen, lijkt me helder, klaar.

Nee, wat me verwonderde was dat Robin Hood erbij werd gehaald. Als een voorbeeld van hoe het niet moet. Terwijl Robin Hood volgens mij dus iets van een heldenfiguur is. Die gaf geld weg, van de rijken, ook andermans geld dus, aan de armen: aan diegenen die het nodig hadden dus. Nodig volgens hem, en volgens de gemiddelde lezer van het Robin Hood verhaal. Maar in dit geval wordt er dus niet van de rijken gestolen, maar uit de gezamenlijke premiepot. En dan gaat die individuele psycholoog zomaar zelf bepalen wie er zorg mag krijgen, door te fiefelemoezen? Foute boel! Het is dus op zijn best gezegd misplaatste filantropie, van die psycholoog. Van der Meeren wil zeggen: jij, psycholoog, hebt niet te bepalen wie hier de zorg krijgt, dat doen wij. Wij hebben afgesproken dat er grenzen zijn, en die lopen nou eenmaal langs het DSM-systeem. Jij moet de werkelijkheid voor je neus gewoon netjes weergeven op het declaratieformulier, en als degene om wie het gaat daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt, dan is het jammer, maar dat hebben we nu eenmaal zo met elkaar afgesproken (ik moet altijd aan Rita Verdonk denken als ik dat zinnetje hoor. Je zou bijna heimwee naar haar krijgen. Oh nee, toch niet.) Dit klinkt allemaal heel redelijk. En één van de woorden van 2013, en reken maar dat het nog veel meer een woord van 2014 gaat worden, is zorgfraude. En dat is upcoding natuurlijk. Want: niet de classificatie die, objectief gezien, bij de klachten hoort.

Huppekee, achter slot en grendel met die psycholoog. Heeft die niet gehoord dat het crisis is?

In de oude Engelse volksverhalen rond Robin Hood is hij een vrijbuiter die zich met zijn bende in de bossen (Sherwood Forest) ophield en vocht tegen corrupte edellieden en de Sherriff of Nottingham, die zichzelf verrijkte met hoge belastingen en landonteigeningen. Later kwamen er de verhalen bij dat hij van de corrupte rijken stal en gaf aan de armen. Een nogal linkse held dus. Als ik een private zorgverzekeraar was zou dat alleen al genoeg reden zijn om Robin Hood niet in de buurt te willen hebben. En het kan natuurlijk ook mislopen, zo’n geintje, kijk maar wat er met Dennis Moore gebeurde. In essentie staat Robin Hood symbool voor verzet tegen een systeem of orde dat onrechtvaardig is. Die Sherriff was immers wel door de Kroon aangesteld. Een verhaal als die van hem stelt ons de vraag: hoe ver ga jij mee met een systeem als je weet dat deze verkeerde uitkomsten heeft?

Ik kan me twee redenen voorstellen waarom iemand gaat upcoden. De eerste is: de psycholoog is een geldwolf, wil zoveel mogelijk mensen binnenhalen, van een etiketje voorzien, snel behandelen en wegwezen. Tja, dat kan. Maar dat zou om allerlei redenen kortzichtig zijn, en tamelijk zinloos ook, zeker in tijden van budgettering door overheid (MBI) en verzekeraars. Het zou een vorm van risicoselectie kunnen zijn: makkelijkere patiënten binnenhalen en geld bestemd voor moeilijkere opstrijken. Voorbeeld van gaming the system. Inderdaad goed als daar paal en perk aan wordt gesteld. Maar hoe? Via de DSM? Dossiercontroles? Dure grap, lijkt me. De tweede reden dan: er is sprake van een patiënt met dermate veel lijdensdruk en zorgbehoefte dat de psycholoog vindt dat deze persoon werkelijk recht heeft op zorg. Alleen, de classificatie, de DSM, waarvan we allemaal weten dat deze een consensusdocument is, die de werkelijkheid maar in zeer beperkte en volgens één perspectief, voornamelijk het medische, weergeeft, die aan langdurig debat ten aanzien van zijn validiteit maar ook zijn betrouwbaarheid onderhevig is, die door vrijwel alle behandelaars gezien wordt als een communicatiemiddel, een boodschap in telegramstijl en niet het verhaal van de patiënt zelf, die DSM, als die die werkelijkheid niet kan weergeven, omdat een classificatie dat nou eenmaal niet altijd kan, en zeker de DSM niet, en als die werkelijkheid de psycholoog nou in professioneel en moreel opzicht noopt, ja zelfs dwingt om te willen behandelen, omdat het moreel verwerpelijk zou zijn, net zo verwerpelijk als iemand zonder inkomen of eten te laten creperen, om deze persoon de deur te wijzen en te zeggen: u moet zichzelf redden; als dit zó erg tegen de beroepseer, de professionele waarden, het eigen geweten zelfs, instrijkt, dat die psycholoog zegt: ik kan jou niet in de steek laten want ik vind dat jij recht hebt op zorg, en als de beperkingen van het DSM systeem, die administratiewerktuig, dat niet toelaten, dan moet ik misschien iets aan of met dat werktuig doen en niet die persoon met een kluitje in het riet sturen, zouden we dan niet kunnen zeggen: ja, het is goed, dat je dit doet?

Kees van Kooten was denk ik niet blij geweest met die zin. Dat krijg je van emoties, zeker van morele emoties.

We zitten dus weer eens met een dilemma. Als ik het vanuit het perspectief van dhr. van der Meeren bekijk, zou ik ook zeggen: Hallo, ik betaal voor A en niet voor B, dus niet stiekem van B een A maken en denken dat ik je betaal! Geen speld tussen te krijgen. Het probleem, en vandaar ook de noodzaak van Kees van Kooten, is dat de letters A en B als etiketjes niet deugen. Hoe dit op te lossen? Want de lijn die we nu gaan volgen, is dat er steeds meer gecontroleerd zal gaan worden of de psychologen inderdaad netjes A in vullen als het A is. Dat zal om drie redenen meer gedonder geven. Punt één omdat meer controle het validiteitsprobleem van de DSM niet oplost, het verschuift het alleen maar en zal de conflicten eromheen verscherpen, punt twee: die controleindustrie kost ook weer geld, veel geld, en punt drie, gezien de machtsverhoudingen in het zorgstelsel zal het onherroepelijk betekenen dat de administratieve abstracte werkelijkheid van de DSM de werkelijkheid van de spreekkamer zal gaan overrulen. De morele emotie van de behandelaar zal genegeerd worden. Het effect hiervan is, letterlijk, demoralisatie. Dat is precies wat er gebeurt als je morele leven onbeantwoord blijft. En daar krijg je hele slechte zorg door.

Een andere oplossing is te zeggen: okee psychologen, we vertrouwen erop dat als jullie indiceren, dat er dan ook zorg nodig is. Die laatste oplossing is voor de overheid geen optie. Zorgverleners weten het al: dat vertrouwen in het financieel zelfreinigend vermogen van de zorg zelf, is er niet bij de overheid (of dat nu ideologisch gefundeerd is of niet, maakt niet uit. Het is er niet.)

Beide oplossingen zijn onaantrekkelijk. Dit roept om iets anders. En dan kom ik terug bij van Kooten. Die zegt: grammatica is belangrijk. Wat je zegt moet echt weergeven wat je bedoelt. Wat we nu hebben in de zorg, is dat ingewikkelde morele discussies, zoals de bovenstaande, waarin ik nog wil benadrukken dat dhr. van der Meeren gewoon een punt heeft (zij het dat hij dat punt met veel meer moreel gezag zou kunnen maken als hij zijn inkomen tot de Balkenendenorm zou terugschroeven en we in zijn boekhouding precies zouden kunnen nagaan wat er met de winsten van de verzekeraars gebeurt, maar dat terzijde), gevoerd worden met als belangrijkste communicatiemiddel een telegram in de vorm van de DSM. Die DSM is bedoeld als communicatiemiddel, maar het is meer dan dat. Als een verzekeraar een DSM leest, leest die er iets anders in dan wat de behandelaar stuurt. Voor die behandelaar is de DSM een reductie van de werkelijkheid van de spreekkamer. Voor de verzekeraar is het een code die juist in de context van de totaliteit aan statistische informatie van de zorg geplaatst moet worden. Dat zijn twee totaal verschillende betekeniscontexten. Dus ook al lijkt het dat als behandelaar en verzekeraar met elkaar praten, en de DSM als communicatiemiddel gebruiken, ze hetzelfde aanduiden, de betekeniscontext van de sprekers verschilt. De morele context van de behandelaar is de individuele patiënt of hooguit zijn praktijk, die van de verzekeraar zijn bedrijf en klanten (ik geloof dat ze liever het woord ‘leden’ gebruiken) Wat ze tegen elkaar zeggen, is niet wat ze bedoelen. En daar komt gedonder van. Communiceren in telegramstijl is iets wat je in de film vaak ziet als huwelijken stukgaan. Niet goed.

Dus dit moet echt anders. Het is heel goed, als dhr. van der Meeren zich met morele discussies over de zorg bemoeit. Natuurlijk moet hij dit doen, het zou idioot zijn als hij dat niet deed. En wij zorgverleners moeten met hem in gesprek. En gelukkig zijn er collega’s die het gesprek in de publieke ruimte aangaan, zoals Frits Bosch. Maar we moeten echt samen nadenken over een andere vorm van communicatie om deze discussies aan op te hangen, want zo komen we er niet. Het gaat geld kosten, en vertrouwen kosten. En dit heeft alles te maken met het feit dat de diagnose hét centrale aangrijpingspunt is van alle aansturing in de zorg. Daarmee is veel teveel druk, ook morele druk, op één, complex, begrip komen te liggen. Het wordt tijd dat we de druk gaan verdelen.

Waar ik meer in zie, is geïnspireerd door de filosofie, onder andere van J.L. Austin. Hij was een taalfilosoof die onder andere wees op het feit dat sommige concepten moeilijker te definiëren zijn dan te gebruiken, zoals tijd, of liefde. Een consensus over betekenis krijg je pas als je samen een term gebruikt. Als een verpleegkundige op mijn afdeling zegt: dit is gedrag, dan weet ik wat ze bedoelt: deze patiënt is voor dit gedrag wilsbekwaam. Voor u moet ik dat uitleggen. Dit betekent voor mij, dat één weg vooruit zou moeten zijn, dat we morele discussies over grenzen aan de zorg, zorgaanspraken e.d., zodanig kleinschalig moeten voeren, dat de mensen die aan het gesprek deelnemen, het samen over hetzelfde hebben. Hoe kleinschaliger je dit aanpakt (per regio, per instelling, per praktijk), hoe beter je elkaar gaat vinden in de taal. Dit was ook een onderdeel van ons eerdere plan Een Zorg Zonder Markt, en waar het om gaat, is dat je kleinschaligere cirkels maakt waarin – jawel – stakeholders elkaar kunnen treffen om hierover in discussie te gaan. Dus psycholoog: nodig vooral die verzekeraar uit op de koffie en laat, een patiënt/cliënt/ervaringsdeskundige meepraten. En praat over wat goede zorg is en hoe jij ‘m geeft. Psychoeducatie voor zorgverzekeraars. Want nu wordt er macrobeleid gemaakt en doorgegeven via een gemankeerd instrument. Daar kan dat instrument niet veel aan doen, dat is de aard van de werkelijkheid, dat deze niet zo in zo’n instrument gevangen kan worden. Onze fout, of die van de beleidsmakers, is teveel te vragen van dit instrument. Ik pleit dus voor het voeren van ethische discussies binnen een kleinere, lokale betekeniscontext, omdat dit de kans verhoogt dat sneller dezelfde taal gesproken wordt. Anders gezegd: de epistemologische en waardendivergentie is sneller te overbruggen. Maar ik denk ook dat we iets op macroniveau moeten veranderen: de stuurknuppel van de GGZ is nu de DSM. Maar waarom hier niet eens wat diversificatie uitproberen? Hoe zou het zijn om niet de diagnose, maar het individu als sturingseenheid te gebruiken? Of een populatie? Of de keten rondom een aandoening? Allemaal organisatiemogelijkheden waar internationaal enige ervaring mee is. Ik denk dat daar wel toekomst in zit. Sturing op outcomes, of op gezondheid, het is allemaal vragen om nieuwe ethische moeilijkheden, maar ik vind het allemaal het onderzoeken waard. Maar ondertussen is het zaak meer met elkaar in gesprek te gaan. Willen we werkelijk met elkaar de discussie aan over de zorgkosten, dan zullen we een gezamenlijke taal moeten ontwikkelen, maar daarvoor moeten we elkaar ontmoeten, en van elkaar in de gaten hebben dat wat we zeggen ook datgene is wat we bedoelen.

En daarmee kunnen we samen uitvinden, wat goed is, en onze goede voornemens vervolgens in de praktijk brengen.

De Beste Wensen voor 2014!

Advertenties

9 thoughts on “Een goed jaar

  1. De oorzaak van de onverenigbaarheid van de werkelijkheid van de zorgverlener en die van de zorgverzekeraar is gelegen in het feit dat politici en de zorgverzekeraars altijd de verkeerde kant uit denken. Hun denken noodzaakt hen te beginnen bij het eind(Bezuinigingsdoel) omdat zij alleen daar de informatie aantreffen die zij voor hun onderzoek, analyse en planning nodig hebben. Is die informatie geordend en het doel helder geformuleerd, dan kan daarna net zolang terug gerommeld worden tot zij bij het begin zijn uitgekomen. Ik gebruik het woord “rommelen”, omdat ze tijdens het uitwerken van hun plannetjes alles wat ze tegenkomen moeten Verminken, omdat het pasgemaakt moet worden voor het beoogde eindresultaat.
    Niet alleen dat zorgverleners en patiënten niet in het plan voorkomen, de volgens de economische statistiek gemodelleerde mensen, de sociologische en psychologische “zombies”, moeten ook nog eens bijgevijld worden tot “DBC/Zorgproduct” om het project sluitend te maken.
    Zo ontstaat de blauwdruk voor een nieuwe GGZ wereld! In die blauwdruk komen mensen voor, sterker nog: de hele zaak is ter wille van de mensen opgezet, tot op zekere hoogte vol goede bedoelingen, maar wel verschrikkelijk dom, want die in de plannen voorkomende mensen zijn helemaal geen mensen…. er is een GGZ model zonder mensen ontworpen!
    Zorgverlener en patiënt zijn slachtoffer geworden van een eeuwenoud machtsprobleem waar de oude Grieken al moeite mee hadden en latere westerse denkers zich ook flink op hebben stukgebeten…..
    Wordt ongetwijfeld vervolgd…..

  2. Goed stuk, beste Allen. En beste wensen. Ik vrees alleen dat je visie te optimistisch is. Verzekeraars waaronder van der Meeren hebben immers belang bij het uitsluiten van betaling van individuen met DSM-labels aanpassingsstoornis, relatieproblematiek en burnout. Dit verlaagt immers hun zorglasten bij gelijkblijvende premie en verhoogt dus hun winst. Verzekeraars hebben deze uitsluiting waarschijnlijk door lobbykracht voor elkaar gekregen, want de staat, met name het College voor Zorgverzekering CVZ heeft deze regels uitgevaardigd. Mevrouw Schippers noemt dit, zoals bekend, ‘zelf uivogelen’. Naast de framing ‘betaalbaar houden’ en ‘solidariteit’. Overleg is in deze context zinloos, benoeming van belangentegenstellingen zinvol. De belangen van verzekeraars en politieke machthebbers worden hier gediend, van de burgers, de zorgprofessionals en de professie worden geschaad.
    Kaspar

  3. Eliane schreef:

    Allereerst mijn complimenten voor deze column en vele eerdere teksten. Geweldig hoe helder en treffend u de dilemma’s verwoordt!
    Een kleine gedachte naar aanleiding van het laatste artikel: het zg. ‘up-coden’ zou eigenlijk ‘om-coden’ moeten heten. Het is immers het gevolg van het feit dat CvZ/Schippers/zorgverzekeraars zelf delen van de DSM buiten sluiten, zoals aanpassingsstoornissen en V-codes. Wie belazert nou wie? Een door professionals vastgesteld document wordt overruled/ingeperkt door leken! Daardoor zijn o.a. systeemtherapeuten genoodzaakt primaire en secundaire ‘diagnose’ om te draaien. Het is dus eerder ‘om-coderen’ dan ‘op-coderen’….

  4. Kernwoorden: Taalfilosofie, bestuurderslogica, Machiavelli, macht, tegenmacht, politieke filosofie, Hippocratie.

    Morele verontwaardiging kan een begin zijn van een zorgbrede organisatie van tegenmacht. Vanuit de Mondzorg (95 % van tandartsen heeft geen contract) complimenten voor een stuk dat voor Schippers&Co te inhoudelijk is. Fijn dat de taalfilosoof J.L Austin wordt aangehaald, maar als politiek filosoof zou ik adviseren naar Machiavelli te kijken. Iedere zorgbestuurder heeft De Heerser immers in zijn boekenkast.

    Van der Meeren is niet serieus te nemen. Hij debiteert bestuurderslogica. Zijn tweet is een uiting van een disfunctionerende Zorgwet, met te weinig checks en balances, die zorgerleners weinig tot niet beschermt tegen machtsmisbruik door verzekeraars.

    De Zorgwet zit zo in elkaar dat verzekeraars met slechts winstmaximalisatie op premie voor ogen morele reflecties over goede zorg moeten tegengaan. Zonder effectieve tegenorganisatie blijft elke klacht hieromtrent hangen in de sfeer van angst voor inkomensverlies.

    De manco van zorgverleners is dat ze te inhoudelijk zijn – terwille van hun patiënten. Maar met die houding kom je niet ver bij arrogante en autistische zorgbestuurders. En probeer niet al te netjes, hoffelijk en correct te zijn. In de ogen van Schippers&Co een bewijs van zwakte. Morele emoties zijn dodelijk oninteressant voor verzekeraars. Dat vind ik niet, dat heeft Machiavelli ze geleerd.

    Elke opleiding bestuurlijke effectiviteit besteedt ruim aandacht hoe om te gaan met morele verontwaardiging en ‘ongewenste’ morele emoties (bij de achterban), teneinde ze effectief uit te schakelen. Geloof me, daar weet Schippers&co alles van.

    Zorgverleners moeten daarentegen leren denken in termen van macht en tegenmacht. En dat kan alleen als zorgbreed – van fysiotherapeuten tot longartsen – zich organiseren in een vakbond. Niet meer van deze tijd. Te radicaal? Think twice. Indien zorgverleners zich zorgbreed organiseren heeft Schippers@Co pas echt een probleem. Versnippering is zwakte. Het behoort niet tot onze habitus met de vuist op tafel te slaan. Willen wij de kwaliteit van dienstverlening in de zorg hoog houden, dan moeten we leren met de vuist op tafel te slaan.

    Tot die tijd is in de ogen van verzekeraars elke klacht een veer in de kont. En dus zullen ze doorgaan de zorg verder af te knijpen, uiteraard onder het mom van ‘regierol’ en ‘doelmatige’ zorg.

    De filosofie hier is simpel: je hebt vrienden en vijanden, macht en tegenmacht. Meer is er niet. Overleg is leuk, maar zonder mes op tafel ben je nergens.

    Elke groep is trots op zijn afkomst. We are the marines; We are Spetnaz, We are…. En zorgverleners? Wij zijn Hippocraten….tot de dood.

    Wij zijn zorgverleners. Wij laten ons alleen leiden door de eed van Hippocrates. Wij willen beter maken. Koste wat het kost. Bezuinigingen zijn voor anderen. Wij laten ons niet leiden door geldzorgen van de overheid. Wij willen beter maken. En zo is het maar net….. Elke andere overweging speelt de kaart van Schippers&CO

    Probeer dus niet alleen als psychologen een probleem op te lossen. Die tijd is voorbij. Help mee als rechtgeaarde Hippocraat over de grenzen van het eigen vakgebied tegenmacht te organiseren met andere zorgprofessionals. Een vuist maken zoals ze dat in de jaren tachtig konden. Leve de Hippocratie!

    http://www.geschiedenis24.nl/andere-tijden/afleveringen/2004-2005/Ambtenarenstaking-1983.html

    Pas dan is Schipper&Co onder de indruk.

  5. Dag mensen, dank voor jullie reacties, hier respons:

    @Vogelvrij Dank voor je reactie; ik ga een heel eind met je mee, zoals ook in de blog blijkt: prioriteit nummer één is kostenbeheersing, en daarnaast zit er natuurlijk ook een ideologie verpakt in dit zorgstelsel die als zodanig niet benoemd mag worden (the best trick the Devil ever played was convincing the World he didn’t exist). In beide gevallen hebben we het, in ethische zin, over teleologie vermengd met een liberale deugdenethiek. Die beide samen bepalen dan zoals jij beschrijft de vorm waarin de zorg gegoten en beschreven wordt, en deze conceptualisaties ‘zwemmen terug’ naar het niveau van de spreekkamer, alwaar de zorgverlener zich gedwongen ziet een andere taal te leren en te bezigen. In mijn optimisme hoop ik dat ‘terugpraten’, zowel in “Speaking Truth to Power” als in het gesprek met de stakeholders, gevormd zou kunnen worden in de richting van een compromis, waarbij de machthebber krijgt wat hij wil (kostenbeheersing en toezicht) zonder die ontologische vervorming. Alleen woorden de ether inslingeren is onvoldoende, het gesprek aangaan is noodzakelijk, juist met diegene die een andere taal gewend zijn te spreken. Tot zover de optimist!

    @ Ingmar: hartelijk dank en graag tot een volgende blog!

    @Kaspar: misschien ben ik te optimistisch, en misschien wel te jong om beter te weten (47 schijnt nog jong te zijn voor een shrink), maar ik ik neig in deze, net als in andere zaken, het cognitive imperative te volgen: te doen zoals ik ook zelf betracht zou willen worden. Wat de verzekeraar wil of niet wil, ik kan er mijn gedachten over hebben. Hoe kritisch we daar ook op kunnen of mogen zijn, zij vertegenwoordigen patiënten, of horen dat te doen. Ik zou zelfs niet willen uitsluiten dat de nodige verzekeraars, of werknemers daarvan, net zo oprecht de belangen van patiënten willen behartigen als wij dat doen. Alleen, zoals ik al zei, is hun waardencontext een geheel andere. Natuurlijk ben ik principieel voor een andere waardencontext in dit verband, zie http://www.zorggeenmarkt.nl , maar tot het moment dat er een meerderheid komt voor een dergelijke omschakeling (en dat gaat nog effe duren), lijkt mij een alternatief om de ontmoeting op te zoeken zodat de contexten kunnen botsen. En daarbij: de verzekeraar is niet de enige gesprekspartner in deze. Het gaat juist om de meerstemmingheid, de dissensus (zie http://www.spookrijdersindezorg.nl/LinkClick.aspx?fileticket=ADISHC0PGew%3D&tabid=269 ) waaruit nieuwe vormen gevonden kunnen worden. De schaalgrootte die ik benoemde is in deze van belang: kleinschalig. Zodoende kunnen ook de door jou genoemde negatieve effecten beter worden aangetoond.

    @Eliane: hartelijk dank voor uw aardige woorden. Het punt dat u maakt lijkt op een gedachte die ik ook had, en die ik verwerkt heb in een eerder artikel voor het MGv (maart 2012): Als de GGZ Markt Faalt (kan niet rechtstreeks naar het artikel linken wegens auteursrechten). Ik noemde het daar ‘sidecoding’: het verschuiven naar een fenomenologisch gelijkende diagnose die wel vergoed wordt. Maar omcoderen bekt een stuk beter vind ik, dus daar houden we het maar op 😉

    @V.Guicherit: ik doe zo mee met een zorgbrede tegenmacht, sterker nog, Zorg Geen Markt is een poging deze te bewerkstelligen. In mijn ervaring is de polder nogal, eh, modderig en moeilijk doordringbaar, maar dat moet ons niet beletten elkaar te vinden en samen op te trekken. Ook de GGZ is qua belangenbehartiging behoorlijk gefragmenteerd, waardoor groepen tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. Ik heb natuurlijk niet de illusie dat dergelijke fragmentatie in een utopische vakbond geheel opgelost kan worden, maar de democratische representatie van de zorgachterban zou zeker sterker en breder kunnen. Maar daarmee komen we op een heel ander punt, de mobilisatie van de zorgprofessional. Alle (concrete) ideeën om die onder één vlag te verbinden hoor ik graag!

  6. “Marktwerking in de zorg” is een ideologie die zichzelf als een onontkoombare & natuurlijke visie op de werkelijkheid presenteert. Daardoor blijft ze goeddeels onzichtbaar; ze is een bril die bijna iedereen op draagt.. ook de bestuur koepels dragen die bril.
    Toen Schippers met een apart eigen risico kwam voor patiënten die naar de GGZ werden verwezen kwam een massale reactie en nu via een U-bocht wordt de schadelast gedachte toch toegepast door nu een aantal aandoeningen uit de basiszorg te schrappen. Zoals de med. noodzakelijke circumcisie bij de Urologen en de “aanpassingsstoornis” die in de praktijk vaak niet meteen te onderscheiden hoeft te zijn van een depressie. Een zorgwekkend klachtenpatroon in somatisch zin kan blijkbaar wel zonder scherp omschreven diagnose verwezen worden naar een specialist maar in de GGZ moet deze diagnose al bij de huisarts vaststaan alvorens deze verwijst naar een specialist.
    Dat GGZ Nederland hiermee akkoord zijn gegaan is meer dan absurd te noemen. Over de LHV zullen we het hier alleen al niet meer hebben….
    Het is wachten op iemand/groep die de Staat aanklaagt wegens schending van de Nederlandse grondwet…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s