Haagse Lente

Dag lieve lezers en welkom terug op de blog. Na een lange luwte waarin ik me heb gewijd aan werken aan mijn promotie (daarover meer elders) is er nu weer genoeg ruimte vrij op de cerebrale harde schijf om hier weer iets van me te laten horen. And about bloody time too, zal u zeggen, want potjandorie wat is er toch allemaal aan de hand in Nederland GGZland? PGB alarms, chaotische decentralisaties, overhevelingen zus en zo, uw vrije artsenkeuze verkocht aan de verzekeraar, rebelse psychiaters, zorgmedewerkers die stadhuizen bezetten, it’s 1969 all over again!! Maar dan met beter (of geen) haar. Genoeg om je terecht over op te winden, en genoeg om je stem over te laten horen. Dit alles is heel belangrijk, maar er zijn nóg belangrijker zaken. En dan wordt het allemaal een stuk vrolijker, voor wie van cabaret houdt, want de verkiezingen komen eraan! 18 Maart mag u naar de stembus, en zoals u weet maakt uw stem dit keer ook op landelijk niveau een belangrijk verschil: de coalitie heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer, is afhankelijk van gedoogsteun, en hoopt na deze ronde op een nieuwe, stabiele meerderheid in beide kamers. Zoals het er nu naar uitziet verwacht ik dat de kleintjes gedumpt worden en geruild gaan worden met het CDA. PvdA gaat het dan nog moeilijker krijgen om het linkse profiel te laten zien en zal bij de landelijke verkiezingen over twee jaar wederom gedecimeerd worden, ten faveure van PVV, D66 en CDA. Voor het links kloppend hart is de tragiek van deze tijd dat de PVV electoraal van de crisis profiteert, links heeft kennelijk een kans voor open doel gemist. Ook hier komen genoeg columns nog over. Maar ook dit is niet het belangrijkst. Waar het vandaag namelijk over gaat, is om de staat van het land zelf: onze democratie. We kunnen de krant niet openslaan dezer dagen, of we worden geconfronteerd met symptomen van een politiek systeem dat zware gebreken vertoont. De corruptieschandalen vliegen je om de oren, de privacy van burgers wordt met voeten getreden, en politici hebben zich vermomd als technocratische leiders om hun ideologische motieven te verhullen maar hebben daarmee het contact met de burger verloren, wat zich uit in steeds verder dalend vertrouwen bij jong en oud. En dan lees ik vanochtend in de Volkskrant dat het veelgeprezen Poldermodel gewoon een andere naam is voor een old boys network (maar de dames kunnen er ook wat van! Mooi, zijn we tenminste geëmancipeerd. Oh, toch niet.) waarin corruptie ongestoord welig kan tieren. Bas Heijne verwoordt het kernachtig: “Wat de affaire-Verheijen en vooral het gedrag van Rutte en Zijlstra laten zien, is een politiek-bestuurlijke klasse die volledig op zichzelf betrokken is geraakt. Men vertegenwoordigt het volk niet, men vertegenwoordigt elkaar.”

What. A. Mess.

Maar wat is nou leuker en vrolijk stemmender dan de Lenteschoonmaak? En dan bedoel ik niet een stemadvies zus of zo, daar moet u vooral zelf uitkomen (maar wie voor wie dit zorgstelsel zat is resteert er eigenlijk maar 1 partij, alle anderen hebben er vrolijk aan meegewerkt). Nee, het gaat hier om het afstoffen van de democratie zelf. Nu denkt u, daar gaan we weer, rechtstreeks gekozen burgemeesters, afschaffen Eerste Kamer, PS verkiezingen op de schop, liever bestudeer ik het groeien der grassprietjes, maar het gaat hier om een, naar mijn bescheiden mening, Volkomen Innovatief en Baanbrekend Concept™.

Want hoe werkt het nu? We stemmen eens per gemiddeld 3 a 4 jaar voor Tweede Kamer, tussendoor voor de Provinciale Staten en dus indirect over de Eerste Kamer. Vervolgens mogen Maurice de Hond, Pauw, Jinek en Humberto voor ons de ijzers uit het vuur halen. Ondertussen gaan onze politici zonder last of ruggespraak hun lieve gangetje, met alle gevolgen van dien. Ik weet niet of u wel eens een kamerdebat gevolgd heeft, maar mij bekruipt daarbij toch regelmatig het gevoel bij de eredivisie van tegenwoordig: ze willen allemaal heel graag, maar dit moet toch beter kunnen. En ondertussen geven we natuurlijk bakken met geld uit aan allerlei (semi-)overheidsinstellingen, zeker in de zorg, waarvan de kwaliteit dubieus is en die ook al veel makkelijk als instrument van ideologische belangen kunnen worden gebruikt. En dan ben ik nog niet eens over de achterkamertjes en de Luyendijk analyse begonnen. Inmiddels zijn er een aantal Luyendijk-achtige initiatieven gestart over de zorg, en dat is uitstekend, want politiek en commercie in de zorg: het is een black box, verhuld door eindeloze reeksen ondoordringbare cijfers. Dit moet anders. En laatst, toen ik weer aan het einde van de dag tot op de minuut nauwkeurig mijn DBC-registratie vervolmaakte, kwam het Eureka-moment: het wordt tijd voor kwaliteitssturing in de politiek.

Nu is het nog zo, dat de burger niet weet wat politici doen met hun tijd. Ja, we kunnen die koppies zien zitten in de Kamer, de moties lezen, we zien (dezelfde) koppen op TV verschijnen, maar wat ze allemaal echt doen op hun kamertjes, wie ze ontvangen, waarover ze beraadslagen, hoe ze tot hun keuzes komen, het is allemaal zo intransparant als wat. We hebben geen idee of ons belastinggeld door politici wel efficiënt en doelmatig wordt gebruikt, en of ze zich aan ethische richtlijnen houden, weten we al helemaal niet, althans we komen er veel te laat achter. We moeten het maar doen op vertrouwen, maar dat is, zoals we weten, historisch laag. Vrees niet, want het ís mogelijk om met één klap zowel de broodnodige democratische transparantie te verkrijgen als zicht te krijgen op kwaliteit en doelmatigheid van het politieke handwerk, om daarmee het democratisch vertrouwenstekort te dichten!! Dit idee is zo eenvoudig dat het wel briljant moet zijn. Daar komt ie…

DBC in de politiek!

Zorgmedewerkers hoef ik natuurlijk niet uit te leggen wat een Diagnose Behandel Combinatie is, maar voor de geïnteresseerde burger nog maar kort: het basale idee is dat (be)handelingen worden gekoppeld aan diagnosen, en dat de zorgverlener of instelling wordt betaald aan de hand van de prijs voor een dergelijke bundel. Met het DBC-concept wordt het abstracte begrip ‘zorg’ als bij toverslag getransformeerd tot een product dat verhandelbaar is. Dit is de kern van ons zorgstelsel, want de DBC is ingebed in een markt met drie partijen: de patiënt, de zorgverlener, en de zorgverzekeraar. U weet hoe het werkt: verzekeraar koopt zorg in bij aanbieder, en verkoopt zorgpolissen aan patiënten. De economische theorie zegt dat concurrentiedruk in het stelsel zou moeten zorgen een maximaal gunstige prijs-kwaliteit verhouding. (Let wel: dit betekent dus niet een maximale kwaliteit, maar die kwaliteit die, uiteindelijk, de consument-patiënt permitteert via zijn portemonnee). Om dit goed te laten werken moet er aan allerlei voorwaarden voldaan worden, als eerste dus natuurlijk voldoende concurrentiedruk, maar ook transparantie over de kwaliteit van het product, verbod op risicoselectie, enz. Eerdere blogs op deze site gaan uitvoerig in op de staat van het land in dit verband. Belangrijk in dit verband is de tussenpersoon-functie van de zorgverzekeraar: waarom toch deze intrigant ertussen? Recent werd het standpunt dat zorg een zaak is tussen patiënt en zorgverlener voorpaginanieuws. De reacties op dit standpunt tonen direct waar dit wringt: vertrouwt de samenleving er wel op dat patiënt en zorgverlener hun eigen activiteiten adequaat zullen begrenzen? In feite is het model om zorg aldus als een individuele transactie te organiseren, al geruime tijd verlaten om vele redenen, niet alleen bovenstaande, maar ook bijvoorbeeld vanwege het feit dat de kosten van sommige aandoeningen dermate hoog oplopen dat deze voor individuen niet te dragen zijn; een beetje billijke samenleving regelt dus in elk geval een aardig deel van de zorg via collectiviteiten. En voor de controle op die kongsi tussen arts en patiënt wordt dus een tussenpersoon noodzakelijk geacht, bijvoorbeeld een zorgkantoor, ziekenfonds, keukentafeljuf, of een zorgverzekeraar (ZV). Die heeft dus een soort makelaarsrol.

Nu is het aardige, dat die makelaar in principe niet heel veel kennis hoeft te hebben van het proces zorg zelf. De ZV hoeft niet te weten hoe je een kunstklep implanteert. Het basisprincipe is heel eenvoudig: aan aandoening X is bedrag Y gekoppeld, en er van uitgaande dat de bemoeienis van zorgverlener stopt als X is behandeld, betekent dit dat je als zorgverlener winst maakt als je X efficiënter/doelmatiger behandelt (bijv.: evenzoveel gezondheidswinst met goedkopere zorgverleners, of sneller door inzet betere techniek). Hoe je dit precies bereikt is minder belangrijk dan het resultaat zelf. Je zou kunnen denken: is er niet een risico dat de zorgverlener de lat voor ‘genezing’ wat lager legt en de patiënt abusievelijk sneller beter verklaart, om zo winst te incasseren? Dat risico is er, maar de markttheorie zegt dan dat de patiënt ontevreden dan de volgende keer een andere koopman zal opzoeken, en daarmee de markt zichzelf corrigeert. Dit zijn typisch van die ‘onzichtbare hand’ principes. Tegelijk wordt wel benoemd dat er wel toezicht moet zijn op de kwaliteit, omdat we toch niet helemaal kunnen vertrouwen hierop, immers, het zou zomaar kunnen zijn dat u ten gevolge van dit proces tussen aanbieder 1 en aanbieder 2 al onder de groene zoden ligt. Maar goed, zorgverzekeraars laten niet na te verklaren dat het de zorgverleners zijn die de kwaliteitsstandaarden moeten leveren, en dat zij alleen maar die standaarden hanteren bij de inkoop, dus zij halen de kennis elders.

Al met al zijn de zorgverzekeraars dus ideaal gepositioneerd om een kleine extra taak aan hun pakket toegevoegd te krijgen, namelijk die van beleidsmakelaar. De parallellen tussen zorg en het politieke bedrijf zijn onmiskenbaar aanwezig: het gaat in beide gevallen om centrale publieke waarden, in beide gevallen is er sprake van een redelijk abstract begrip (‘zorg’, ‘democratie’) waarvan we graag willen dat het tastbaar en controleerbaar wordt, in beide gevallen is er een vertrouwenskloof die juist door die rationalisering overbrugd moet worden, in beide gevallen wordt er door burgers geïnvesteerd met het oog op in de toekomst te incasseren boni: bij de zorg is dat gezondheid, in de politiek betreft het de maximalisatie van je persoonlijke situatie en waarden. Voor wie nu denkt: maar dat laatste kan toch nooit omgezet worden in een product, zou ik de vele werken die er geschreven zijn over het functioneren van de Amerikaanse overheid willen aanbevelen, of een cursus politieke geschiedenis. Lobbyen is zo oud als de democratie zelf, en kan gezien worden als een manier voor invloedrijke (in het huidig tijdsgewricht: kapitaalkrachtige) groepen, om buiten de erkende democratische structuren om hun invloed te doen gelden. Net als met alcohol en drugs valt lobbyen niet uit te roeien, het beste wat ermee kan is reguleren. Het aardige nu is dat het lobbycircuit precies aantoont hoe politiek productmatig gevormd kan worden. In dit circuit zijn er aanbieders (politici) en kopers (maatschappelijke groepen) die via een tussenpersoon (lobbyist) tot een transactie komen, waarbij er een simpel spel van vraag en aanbod geldt. Dit kan variëren van direct geld in het laatje, zoals in Amerika, of op minder transparante wijze zoals in Nederland, waarbij het welwillend tegemoet treden van een bedrijfstak tijdens je staatssecretariaat de weg plaveit tot toetreding, na een democratische camouflageperiode (die gelukkig steeds korter wordt), tot een financieel aantrekkelijke positie verbonden aan, of met medewerking van, betreffend bedrijfstak. Sommigen noemen dit verderfelijke achterkamertjes politiek of corruptie, maar we kunnen dit, de lente indachtig, veel positiever beschouwen als simpelweg een andere variant van marktwerking, met een immens potentieel.

Waarom dit systeem van voor-wat-hoort-wat beperken tot het circuit der lobbyisten? Waarom zou de burger niet durven declameren: “Ich bin ein Lobbyist!” en ook toegang verkrijgen tot de fontein van invloed? De burger wordt nu afgescheept met één stem, eens in de zoveel jaar, die over álles moet gaan: zorg, onderwijs, defensie, natuur, stoeptegels… álles! Terwijl de lobbyisten ELKE DAG in Den Haag zitten en Kamerleden continu bestoken met het ene gesponsorde rapport na het ander! Geen wonder dat ‘het volk’ zich niet vertegenwoordigd voelt, want zij zijn het niet die de koers der dingen bepalen. Ondertussen is er nog nooit iemand de straat opgegaan om de lobbyisten uit Den Haag te verwijderen. Sterker nog, de Nederlander heeft vaak wel respect voor ondernemende types die buiten de gangbare paden om zaken voor elkaar krijgen. VOC-mentaliteit en dat soort dingen. Maar het wordt nu dus tijd om het lobbyen te democratiseren, en tegelijk in één soepele beweging dit gebied transparanter, doelmatiger, en efficiënter te maken, ten bate van de gewone man!

Het moet niet heel ingewikkeld zijn om, analoog aan de DBC vorming, de diensten van de overheid aan het individu in productgroepen om te vormen. Er zijn al voorgevormde departementen (Veiligheid, Defensie, Onderwijs, Zorg, Financiën etc), die voor het individu concretiseerbare diensten en uitkomsten hebben. Veiligheid, bijvoorbeeld, is natuurlijk goed meetbaar aan aantallen inbraken, fietsdiefstallen, drugscriminelen etc. Maar hoe vaak hebben we de burger niet horen zeggen, als hij een bon kreeg voor te hard rijden: “Ga echte boeven vangen, snor!” Kijk, dit bedoel ik nu: deze burger legt andere prioriteiten, en ziet graag minder nadruk op verkeersveiligheid dan op het opjagen van Zware Jongens. Laat die burger dit nu gewoon in een contract met een politicus-aanbieder omzetten! Het werkt zo: de politicus, dat mag ook wel een politieke partij zijn, maar over de grootte daarvan, daar zal straks de Autoriteit Financiële Markten over gaan, die heeft een product in de aanbieding. Dat kan een breed assortiment zijn, zoals een gemiddeld CDA, PvdA, of D66 lid heeft, met doelstellingen op het gebied van onderwijs, werk, zorg, etc., maar het mag ook gaan om een niche-product, zoals het uitageren van angst en boosheid of het de schuld geven van je eigen sores aan een ander (PVV). In elk geval heeft de politicus een aantal politieke producten in zijn schappen, die ingekocht gaan worden, en nu komt het briljante van het plan, het inkopen gebeurt ook door een derde partij, namelijk… de zorgverzekeraar! We zagen al eerder, dat die geen verstand van het product hoeft te hebben, hij hoeft ook niet zelf uit te dokteren wat kwaliteit is, dat kan allemaal uit de markt zelf voortkomen, dus in dit geval zullen politici zelf hun kwaliteiten en richtlijnen moeten gaan ontwikkelen zodat de ZV’s op kwaliteit kunnen inkopen. De Zorgverzekeraar contracteert een aantal politici om invulling te geven aan een politieke polis die op zijn beurt weer ingekocht wordt door de burger-politiek consument. Het geld van de ZV gaat rechtstreeks naar de politicus die daarmee op de wijze waarin hij of zij dat wil uitvoering kan geven aan deze initiatieven, natuurlijk binnen de grenzen van de wet en de politieke richtlijnen. Er is dus wel enige controle nodig.

Dit begint bij een goed registratie van de activiteiten van de politici. Nu nog is er een schimmig heen en weer geloop in het doolhof der ministeries, bezoeken aan Haagse cafés, Floriades, Nieuwspoort, enzovoorts. In het nieuwe systeem worden al deze activiteiten samen gebundeld in de PDC’s (Publieke Diensten Combinaties): er is een gelimiteerde hoeveelheid politieke activiteiten (fractievergadering, algemeen overleg, zitting Tweede Kamer, Rutger Castricum te woord staan, deelname Sterrenslag-variant etc.), die worden dus gekoppeld aan eerdergenoemde politieke doelproducten, gebundeld, en dan volgt er dus een urenregistratie met codering van welke activiteit wanneer gedaan wordt. De ZV kan dan controleren of de politicus daadwerkelijk ook levert wat hij of zij beloofd heeft (Meer Blauw op Straat!), en behartigt daarmee de belangen van diens achterban. Transparantie is hiermee gewaarborgd, en daarmee verdient de politicus het vertrouwen van de burger terug. Hier is enige investering nodig in het ontwikkelen van een IT-systeem, en het is van belang dat dit budgetneutraal gebeurt, dus de partijkassen zullen hiertoe aangesproken moeten worden. Bij dit systeem hoort natuurlijk ook dat de burger per jaar van polis mag wisselen. De behoefte aan dit aspect van het systeem is inmiddels uitvoerig gedocumenteerd in alle rapporten die aangeven dat de kiezer steeds meer ‘zweeft’. Dat is natuurlijk een heel denigrerende manier om uit te drukken dat de burger gewoon waar voor zijn geld wil en zijn wensen via dergelijke vormen van directe democratie wil kunnen vormgeven. Jaarlijks switchen van politieke polis is juist nodig om concurrentiedruk in het systeem te bewaren.

Ook hier zullen er natuurlijk weer de nodige waarborgen in het systeem moeten ingepast worden om perverse effecten tegen te gaan. Er zal een variant van de NZa in het leven geroepen moeten worden, misschien een soort institutionele uitvergroting van de Nationale Ombudsman, en zoals gezegd moet er natuurlijk streng opgetreden worden tegen oneerlijke concurrentie en kartelvorming. Van belang is dat ook dit budgetneutraal gebeurt, dus er zal wederom een beroep gedaan moeten worden op de partijkas, wat mogelijk tot gevolg zou kunnen hebben dat partijen hun financiën nog eens goed moeten doorlichten op doelmatigheid en efficiëntie. Wellicht moet er ook het een en ander aan vastgoed van de hand worden gedaan, net als in de zorg, maar dit alles is te billijken als dit leidt tot een beter functionerende, meer transparante, efficiënte, en doelmatige overheid.

Mogelijk zijn er sceptici onder u die zullen beweren dat het schandalig is om democratische waarden te grabbel te gooien op de markt. Wel, als de burger dat met u eens was, dan had die nooit voor het huidige zorgstelsel gestemd, en die is nou eenmaal toch op democratische wijze tot stand gekomen. En kijk eens wat we allemaal in bijna tien jaar hebben bereikt! Gooi uw schroom af en ondersteun dit initiatief, zeg met mij: Ich bin ein Lobbyist!

~AR

Advertenties

2 thoughts on “Haagse Lente

  1. Jan Verhaegh schreef:

    Prima, zo een netwerk kritische psychiatrie.

    En gelijk een eerste prima verhaal!

    Mijn vraag zou zijn in hoeverre parlementaire democratie dermate beperkt is in mogelijkheden om op economisch niveau economie onder democratische controle te brengen
    dat ze ons wel de illusie van vrijheid en democratie geeft
    maar een belangrijk instrument is om de onvrijheid en gebrek aan democratische mogelijkheden ter beïnvloeding in stand te houden en te ondersteunen.

    Daarom ben ik wel voor het plan van Renske Leyten om het ziekenfonds weer in te voeren
    dwz de verzekeringen onder democratische controle te brengen.
    En voor de farmaceutische industrie is dat eigenlijk nog harder nodig onder het motto:
    medicijnen voor de mensen, niet voor de winst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s