De GGZ Agenda Doorgelicht- Deel 2: De patiënt voert regie

Na de algemene inleiding in deel 1 gaan we nu concreet naar de GGZ Agenda kijken. Voor wie hem nog niet heeft hierbij de Agenda zelf en de daarbij gevoegde ‘achtergrondnotitie’. Overigens wees iemand me er deze week op dat het van belang is te melden dat dit een agenda is en geen akkoord (zoals bij de eerdere Bestuurlijke Akkoorden). Dat betekent dat de afspraken hierin iets vrijblijvender zijn dan bij een akkoord, maar dan hoeft er ook niet gelijk iets opgezegd te worden als iemand ergens niet aan meedoet. Het zal wel iets zeggen over de temperatuur in de polder.

Overigens, met deze blogs hoop ik de lezer wat meer overzicht en inzicht te geven in de agenda, en meteen ook de meningsvorming erover te stimuleren, wat op zijn plaats is m.i. gezien het belang ervan. Dus wie hier komt voor een geinige en ironische blog kan beter naar eerdere stukjes over het zorgstelsel zoals Komt een zorgstelsel bij de dokter of Wie het weet mag het zeggen. En ja, het is weer lang. Maar u mag tussendoor best even een kopje thee pakken. Of morgen terugkomen.

Agenda

Agenda GGZ voor gepast gebruik en transparantie

 

Agenda GGZ voor gepast gebruik en transparantie agenda-ggz-achtergrondnotitie

 

 

 

De agenda is ‘opgesteld langs de volgende inhoudelijke lijnen’:

  1. De patiënt voert regie
  2. Inzetten op kwaliteit en doelmatigheid
  3. Duurzame en herkenbare bekostiging
  4. Wetenschappelijk onderzoek

In de komende blogs ga ik één voor één deze thema’s belichten. Daarna zullen we ook nog stil moeten staan bij de onderlinge relaties van deze thema’s, welke zaken geprioriteerd worden, en waar zich spanningen voordoen. Overigens: over het gebruik van benamingen als patiënt, cliënt, service user, survivor etc. bestaan discussies en conflicten die met identiteitspolitiek, domeinconflicten, en professionele territoriale gevechten te maken hebben. Ik heb er elders al over geschreven. Ik zal hier de terminologie volgen die in de relevante stukken staat.

Eerst nog even de algemene inleiding. Wat beoogt de GGZ Agenda? Leest u even mee? Pagina 4 van de agenda bevat de politieke plaatsbepaling: deze agenda borduurt voort op het vorige Bestuurlijke Akkoord, waar het doel was dat in de zorg “herstel en ontwikkeling centraal staan en de zorg zoveel mogelijk in de eigen omgeving wordt georganiseerd.” Dit werd uitgewerkt aan de hand van kernthema’s “ambulantisering, opbouw van de basis ggz, veilige zorg en het terugdringen van dwang en drang.” De bedoeling is dat dit alles doorgaat, maar dat centraal komt te staan “gepast gebruik en transparantie“. Met als doel de GGZ te behouden binnen de Zorgverzekeringswet (zie mijn vorige blog waarom sommige veldpartijen dat zo belangrijk vinden). Verder is het zaak dat de samenhang met andere domeinen, in verband met de transities en komende nieuwe wetgeving, bewaakt wordt. Hoe het moet gaan werken staat daarna kort beschreven:

“In de ggz richten we ons de komende jaren op het ontwikkelen van instrumenten die professionals, patiënten en hun naasten helpen om samen beslissingen te nemen over de best passende behandeling. We werken aan een cultuur waarin de patiënt de regie voert, er aandacht is voor kwaliteit en doelmatigheid, ieders verantwoordelijkheden via het kwaliteitsstatuut goed zijn vastgelegd en nieuwe methoden en technieken snel geïmplementeerd worden. Zorgverzekeraars en andere financiers stimuleren dit en krijgen sturingsinformatie over de uitkomsten van zorg. We dringen de administratieve lasten terug, om ook op die manier bij te dragen aan de doelmatigheid van het stelsel.”

Behalve op de 4 inhoudelijke lijnen zal ik in deze blogs ook een aantal van de centrale thema’s onder de loep nemen en bekijken hoe ze uitgewerkt worden, onder andere ‘gepast gebruik’, ‘transparantie’ en ‘herstel’, juist omdat dit concepten zijn die heel verschillend opgevat kunnen worden en daarmee tot heel verschillende praktijken kunnen leiden. Herstel staat daarbij centraal, omdat dit concept naar mijn idee de meest belangrijke is binnen de psychiatrie van het laatste decennium, één die de psychiatrie mogelijk kan redden van een nogal benarde en onaantrekkelijke toekomst. Maar nog belangrijker is het feit dat dit concept voortgekomen is uit de gebundelde ervaringen en ideeën van mensen die in meer of mindere mate hebben geleden aan psychische aandoeningen en sterk de noodzaak voelden om bij te dragen aan het verbeteren van zowel de positie van mensen met soortgelijke ervaringen als de hulp die daaraan geleverd wordt. Nu zijn er veel misverstanden over herstel, en ook valkuilen bij het invoeren van herstelondersteunende zorg in de GGz. Daarom voor wie deze gemist heeft een aantal filmpjes ter inleiding, waarin mensen dit beter verwoorden dan ik zou kunnen:

 

Ik hoop dat deze films iets meer duidelijk maken over waar herstel om draait. Meer is te vinden op sites zoals de Centre for Mental Health, ImROC, en Phrenos. In een volgende aflevering zal ik de GGZ Agenda aan een ‘Hersteltest’ onderwerpen: in hoeverre brengt deze de gewenste koersverandering richting herstel dichterbij? Ik zal echter pas een eindoordeel daarover kunnen geven als we alle vier de eerste punten doorlopen hebben, juist ook omdat herstel een omvattend concept is. Dus niet voor het eerst vraag ik om uw geduld.

We gaan dus over naar het centrale thema van deze blog: de patiënt voert regie. Die blijkt samen te hangen met gepast gebruik, lees maar hier:

“Het uitgangspunt van behandeling en begeleiding is om die hulp te bieden die de patiënt nodig heeft om weer zelf verder te kunnen. En daar waar de patiënt niet geheel herstelt moet die behandeling en ondersteuning voor de patiënt beschikbaar zijn die nodig is om zoveel mogelijk naar eigen inzicht het leven in te richten en te participeren in de samenleving. De ggz en haar partners (gemeente/politie) hebben ook een maatschappelijke taak om mensen met wie het slecht gaat, maar die (nog) geen zorg willen accepteren op te sporen en van noodzakelijke zorg te voorzien. Dit is een toepassing van het principe van gepast gebruik. Dit kan uiteraard ook betekenen dat patiënten in een beschutte omgeving leven en in het uiterste geval zullen soms gedwongen interventies nodig zijn. Te allen tijde is het credo “eigen regie, tenzij …”. Bij verdergaande langdurige, intensieve en eventueel verplichte zorg blijven de principes van mens- en herstelgerichte zorg onverminderd van kracht. Bevorderen en herstel van zelfstandig functioneren blijft het doel, waarbij we ons ook realiseren dat eigen regie niet voor iedereen altijd haalbaar is.”

Hier staat dus onmiskenbaar dat gepaste zorg die zorg is, die de patiënt in staat stelt om ‘zelf weer verder te kunnen’. Dat is tamelijk vaag, ook omdat volledig herstel niet omschreven is. En wanneer kun je zelf verder? Als je geen zorg meer nodig hebt. Circulair dus. Noodzakelijke zorg is ook, staat hier, gepast gebruik. Maar wanneer is het dan noodzakelijk? De uitleg hier over wat gepast is verschuift het probleem eerder dan het het oplost. Maar laten we naar de uitwerking kijken. Al snel lezen we: “In de ggz richten we ons de komende jaren op het ontwikkelen van instrumenten die professionals, patiënten en hun naasten helpen om samen beslissingen te nemen over de best passende behandeling. We werken aan een cultuur waarin de patiënt de regie voert.” We zien nu dus twee verschillende toepassingen van eigen regie: regie over (een niet geheel helder deel van) het leven terug te winnen, en regie krijgen in de zorg, te weten: over de beste behandeling. Opvallend daarbij is wie hierbij niet genoemd wordt: de zorgverzekeraar, de baas van een instelling, de gemeente, Zorginstituut Nederland. Die hebben immers nogal veel te zeggen over welke behandelingen er worden aangeboden en vergoed worden. Zorginstituut Nederland bijvoorbeeld heeft o.a. adviseren over het pakket als specifieke doelstelling, ziehier. Zorgverzekeraars en gemeente kopen zorg in, selectief. Instellingen maken keuzes bij de zorg die ze aanbieden. Oftewel: zij maken keuzes over wat ‘gepast gebruik’ van de zorg is. Zegt de GGZ Agenda iets over de rol van de eigen regie van patiënten op dat niveau? Nog niet, in elk geval. Maar in het kader van regie over je eigen zorg, zou je kunnen voorstellen dat het goed zou zijn om patiënten ook samen met deze partijen “beslissingen te nemen over de best passende behandelingen.” In de vorige blog liet ik al zien dat GGZ-cliënten twee keer op achterstand staan als het gaat om invloed op de zorg die ze ontvangen, dus meer ‘eigen regie’ op hogere organisatieniveaus zou helemaal geen kwaad kunnen. En dit zou ook geheel passen bij de services meer herstel-georiënteerd maken, zoals in deze publicaties beschreven:

Making_recovery_a_reality_policy_paper

Implementing Recovery

 

We laten het onderwerp gepast gebruik even liggen (wie verder wil lezen kan oa bij de RVS terecht) en gaan verder op zoek naar eigen regie.

Op pagina 5 vinden we het hoofdje ‘De patiënt voert regie”:

“Behandeling moet dichtbij en laagdrempelig beschikbaar zijn, afgestemd zijn op de behoeften en uitkomstdoelen van de patiënt en precies dat doen wat nodig is om de patiënt zelf regie te laten voeren over herstel en leven. De patiënt en zijn of haar naasten mogen daarbij rekenen op toereikende informatie en ondersteuning en op hulpverleners die doen wat ze moeten doen naar de professionele standaard, triadisch werken en aansluiten bij het leven van de patiënt.”

Okee, draagt dit bij aan regie? Eerst ‘dichtbij’. Helpt dat? Ligt eraan wat je onder dichtbij verstaat. Als het betekent dat we geen uren moeten hoeven rijden voor we in de juiste zorginstelling zijn, dan denk ik dat dat wel prettig is, maar of het bijdraagt aan eigen regie? Geen idee. Ergens wel, want ik hou meer tijd over voor mezelf als ik korter rij. Maar of ze dat ermee bedoelen? ‘Laagdrempelig beschikbaar’, betekent dat meer eigen regie? Wel als je aanneemt dat zorg tot doel en als resultaat heeft dat je autonomie verbetert. Want dan betekent een te hoge drempel het vast blijven zitten in een staat van verminderde autonomie. Maar niet iedereen is het daarover eens: vaak wordt het risico van hospitalisatie en afhankelijkheid aangevoerd, waarbij de zorg mensen juist afhankelijk zou maken. Ook dit is dus niet eenduidig. Maar het is in elk geval zaak te gaan letten op wat de Agenda schrijft over toegankelijkheid van zorg en het borgen daarvan. ‘Afgestemd op behoeften/uitkomstdoelen patiënt’? Dat is nog het meest duidelijk richting eigen regie over de zorg. Maar de vraag is dan wat ‘afstemming’ behelst. Kiezen uit twee zorgpaden? ‘Precies doen wat nodig is om de patiënt zelf regie te laten voeren over herstel en leven’? Dat is een heel problematische zin. Want de precisie die gevraagd wordt, wordt direct onmogelijk gemaakt door de vaagheid van de daarop volgende begrippen. Want wat houdt “zelf regie te laten voeren over herstel en leven” in? Ik bedoel, voert u zelf op dit moment regie over uw leven? Echt? Over alles? Is een deel ook goed genoeg? Hoeveel? Als je er even twee seconden over nadenkt dan weet je meteen dat dit nooit iets zal kunnen zijn dat je precies kunt bepalen. Deze zin weerspiegelt het conflict tussen de behoefte aan herstelgerichte/mensgerichte zorg die vooral aan de kant van de zorgverleners en cliënten staat, en de behoefte aan precisie en scherpe afbakening die vooral aan de kant van de financiers en overheid staat.

Nou zult u misschien denken dat het makkelijk scoren is, zo’n beleidsstuk. Immers, het feit dat het voor de hele GGZ moet gelden maakt het bijna onvermijdelijk dat er algemene, wat vage termen gebruikt worden. Dat klopt, maar dit geeft wel gelijk aan waar de spanning zit. Het is zaak om scherp te blijven op de uitwerking.

Dat komt in het vervolg, de ‘Hoofdpunten’. Het zijn er tien.

  1. Versterking van de positie van patiënten en hun naasten (en hun organisaties) met betrekking tot gezamenlijke besluitvorming, gepersonaliseerde zorg, zelfmanagement en antistigma.
  2. Ontwikkelen en implementeren model kwaliteitsstatuut op basis van het advies van de commissie Meurs en aanbieding aan Zorginstituut.
  3. Doorontwikkelen van uitkomstmeting en opleveren beperkte set aan (wettelijk) verplicht aan te leveren uitkomstindicatoren (o.a. ROM) voor ondersteuning gepast gebruik/effectiviteit en criteria voor op- en afschalen inclusief intervisie en supervisie.
  4. Doorontwikkelen productstructuur curatieve ggz op basis van Engelse model en zorgvraagzwaarte en versnellen en verbeteren informatievoorziening.
  5. Ontwikkelen van sturingsinformatie voor patiënten, familie, zorgverleners, zorgaanbieders en verzekeraars op basis van een beperkte set uitkomstindicatoren in relatie tot ROM-proces en zorgstandaarden, op te leveren in de vorm van een keuze-ondersteunende website voor patiënten.
  6. Investeren in preventie en vroege interventie.
  7. Ontwikkeling en periodieke aanpassing van zorgstandaarden (incl. shared decision making) conform programma NKO.
  8. Verbeteren samenwerking tussen huisartsenzorg, POH-ggz en generalistische basis ggz alsmede met de Wmo, beschermd wonen, begeleiding, maatschappelijke opvang en jeugdhulp.
  9. Instellen van een structureel wetenschappelijk onderzoeksprogramma en samenhangend kennisbeleid.
  10. Weghalen en terugdringen van administratieve lasten.

Waar vinden we regie en herstel terug? Het meest duidelijk bij punt 1: een verbetering van je positie betekent doorgaans meer regie. Maar waartoe heeft deze betrekking? Gezamenlijke besluitvorming (waarover?), gepersonaliseerde zorg (die zoeken we nog op), zelfmanagement (krijg ik nou meer regie over en mogelijkheden tot zelfmanagement of moet ik mezelf gewoon meer gaan managen?) en antistigma (die snap ik wel). De vaagheid van de terminologie betekent hier misschien ook een kans, want als ‘gezamenlijke besluitvorming’ breed wordt gedefinieerd, dus op meerdere organisatorische niveaus, dan sluit dit goed aan bij principes van herstelondersteunende zorg, zoals beschreven in de Handreiking Implementatie Herstelondersteunende Zorg en de Herstelspecial van GGZ Nederland. Maar in vergelijking met de adviezen in deze stukken, waarbij bijvoorbeeld aandacht moet zijn voor de infrastructuur in de instelling die inspraak en betrokkenheid van cliënten borgt, voor de inbedding en professionele erkenning van ervaringsdeskundigen, en voor onderwijs aan hulpverleners over herstel (het liefst door ervaringsdeskundigen), komt herstel er in dit deel tamelijk bekaaid vanaf.

 

Staat er misschien in de andere hoofdpunten meer dat eigen regie en herstel bevordert? Het kwaliteitsstatuut (punt 2) geeft de cliënt (vooral via de verzekeraar) informatie over hoe de taken en verantwoordelijkheden van de regiebehandelaar en van andere betrokken zorgverleners zijn vastgelegd, en geeft cliënten meer mogelijkheden om zelf hun regiebehandelaar te kiezen. In hoeverre uitkomstmeting (punt 3 en punt 5) meer regie geeft, is een grote vraag. Het ligt voor de hand dat de selectie van uitkomstmaten zeer bepalend zal zijn voor de aard van de zorg die gegeven wordt, immers deze zal in toenemende mate gaan samenhangen met financiering. Als bijvoorbeeld symptomatisch herstel prioriteit krijgt als uitkomstmaat boven persoonlijk herstel, dan zal het focus in de zorg naar het eerste gaan. Openheid over uitkomstmaten, zo wordt breed erkend, zou tot grotere autonomie van de cliënt kunnen leiden, die kan immers (via de verzekeraar) de aanbieder kiezen met de uitkomsten die het beste zijn of het beste bij hem passen. Of dit een utopisch vergezicht is zullen we gaan onderzoeken in een komende blog. Punt 4 lijkt een nogal bureaucratische gelegenheid, de naam alleen al, maar er zit potentieel in: in het kort komt de draai naar zorgvraagzwaarte en het Engelse model erop neer, dat DBC’s vervangen worden door zorgclusters, die een combinatie van een brede groepsaanduiding (‘psychotisch vs. niet-psychotisch vs. organisch’) voorstellen gecombineerd met een maat van ‘zorgvraagzwaarte’. Meer hierover in een volgende blog, hier wil ik erop wijzen dat deze stap weg van de DSM voor behandelaren waarschijnlijk als een stap voorwaarts zal worden gezien, omdat de DSM niet de werkelijkheid van de problemen in de spreekkamer weergeeft. Meer algemene categorieën en een zwaarte-maat doen dat waarschijnlijk beter, en leveren behandelaren en aanbieders iets meer flexibiliteit om tegemoet te kunnen komen aan de veelvormigheid van psychische problemen. Als dit ertoe zou leiden dat cliënten in mindere mate tussen wal en schip van al te specifieke zorgprogramma’s vallen, dan is dat winst m.b.t. regie en herstel. Dat er enige afstand genomen wordt van het beschrijvende en hyponarratieve DSM, levert m.i. ook winst op in die richting. Maar ook hier geldt: let op de uitwerking! Investeren in preventie en vroege interventie: klinkt goed. Tenzij vroege interventie vroege dwang betekent. Ook hier: pas op uw zaak. Punt 7 vraagt om een eigen analyse, en die komt in een volgende blog, het gaat hier om het project Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Kort gezegd: hierin worden meer dan 40 zorgstandaarden ontwikkeld die als richtlijnen geïmplementeerd zullen gaan worden de komende tijd. Een richtlijn heeft een verplichtend karakter, tot op zekere hoogte. Ergo, de vraag is: zijn die richtlijnen gericht op eigen regie en herstel? We komen erop terug. De punten 8,9 en 10 hebben een meer indirecte relatie met eigen regie en herstel, we bewaren ze voor een volgende blog.

Goed, we hebben de inhoudelijke lijnen gehad, de algemene inleiding, en de hoofdpunten van de agenda. Tijd om naar de uitwerking te kijken (pag. 7 e.v. van de GGZ Agenda). De uitwerking van het veelbelovende punt 1 is als volgt, gevolgd door wie er leidend in is:

  1. Versterken patiënten- en familiebeweging (LPGGz)
  2. Ontwikkeling regionale herstelacademies (LPGGz)
  3. Vervolg project zelfmanagement (LPGGz)
  4. Samen Sterk zonder Stigma (SSzS)
  5. E-health en Persoonsgebonden Dossier (GGZ Nederland resp. LPGGz)

Het voorbeeld voor versteken van de positie van patiënten en familie is het Britse Mind, een liefdadigheidsinstelling (charity) dat al meer dan 60 jaar bestaat. Lees hier meer over wat ze bereikt hebben in die tijd. Een rondgang over hun website toont dat het een gedegen organisatie is met een uitgebreide, vertakte infrastructuur. Mind heeft successen geboekt met hun ‘Time to Change’ campagnes en wetgeving dat gelijkwaardige rechten op zorg borgt voor mensen met psychische aandoeningen ten opzichte van overige medische. Ik zal binnenkort via twitter een aantal recovery-minded bekenden in Engeland vragen naar hun mening over Mind. Het oogt in elk geval stevig. Ik ben erg benieuwd naar dit deel, dat veel potentie in zich heeft naar mijn idee.

Lees hier meer over herstelacademies, hier het rapport Over de Brug waarin Herstelacademies ook een belangrijk onderdeel zijn, en hier een bedenking van Irene van de Giessen, ervaringsdeskundige. De laatste onderschrijft het nut van herstelacademies als vormgeving en ondersteuning van eigen regie van patiënten, maar ondertussen is het dan weer de vraag: wie voert eigenlijk de regie over en binnen de herstelacademies? Het is een klassieke vraag in de geschiedenis van de verhouding van de cliëntenbeweging tot de GGz (mooi opgeschreven in ‘De Strijdbare Patiënt’ van Petra Hunsche): zelf iets opzetten buiten de GGz (vaak met veel minder financiële middelen), of juist samenwerken met de GGz (met als risico verlies van de eigen koers en waarden). Of misschien samenwerken buiten de GGz of zelf iets opzetten binnen de GGz? Vraagstukken over eigen regie in verhouding tot individuele zelfbeschikking zijn al ingewikkeld, en dat geldt dus ook voor meer overstijgende zaken als een herstelacademie in relatie tot de GGz. Maar ook hier helpen de ervaringen van anderen: de kennis van ImROC kan hierop toegepast worden om na te gaan of een herstelacademie inderdaad binnen een herstelgeoriënteerde structuur geplaatst wordt.

De verdere ontwikkeling van het project Zelfmanagement sluit hier goed bij aan. U kunt er hier meer over lezen, en in de volgende brochure van de LPGGz:

Bouwstenen-zelfmanagement-en-passende-zorg

Hoofdpunten van het programma ZM (en herstel) waren: informeren van zorgaanbieders, hulpverleners en cliënten over hoe hieraan kunnen bijdragen, bijscholing voor hulpverleners, online hulpmiddelen voor cliënten, hulpverleners en familie, en keuzeondersteunende informatie. Allemaal zaken die aan eigen regie & herstel kunnen bijdragen. Voor de toekomst (zie pag. 12 Agenda) staan ZM in onderwijs, gezond gedrag, “in de wijk” en het gebruikersperspectief in digitale zorg genoemd. Een verbreding van het domein, passend bij de transities. Goede initiatieven als het om eigen regie gaat. Hetzelfde geldt voor SSzS natuurlijk. Vermindering van stigma is in zichzelf natuurlijk het nastreven waard, al ligt er hier een addertje onder het gras als je eigen regie te nauw hierop gaat projecteren, oftewel, als je zegt: het meest belangrijke stigma is zelfstigma en dat moet je zelf overwinnen. Een standpunt waar ik een blogdebatje over voerde bij SBN. Gelukkig heeft SSzZ een bredere opvatting. Het zou mooi zijn als MindNL en SSzS elkaar straks kunnen ondersteunen. De initiatieven m.b.t. E-health en het dossier betekenen potentieel betere bereikbaarheid van zorg en vergrote eigen regie over medische informatie. Aan beide zaken zitten bekende haken en ogen, maar beide dragen bij aan autonomie. Kortom, de uitwerking in deze eerste paragraaf is goed, althans op papier. Een vraag die ik er wel bij heb is: hoeveel geld wordt er opzij gelegd om deze initiatieven te ondersteunen? Er zijn ook een aantal tijdsgebonden doelstellingen geformuleerd. Geen bindende of wettelijke verplichtingen, passend bij het meer vrijblijvende karakter van de Agenda (we zullen zien hoe zich dat verhoudt tot de andere punten). Ik nodig de lezer uit zijn of haar mening over dit onderdeel te geven of aanvullende info te geven en zal de blog daarover updaten tzt. Maar voor nu, al met al, krijgt dit onderdeel een 8. Let wel, dit is een tussenstand, want als we de volgende onderdelen gaan behandelen, gaan we ook kijken naar de verwachte effecten daarvan op eigen regie en herstel. Dus, een mooi begin, maar we zijn pas net op weg. Volgende keer: kwaliteit en doelmatigheid. Makkie.

~AR

Advertenties

One thought on “De GGZ Agenda Doorgelicht- Deel 2: De patiënt voert regie

  1. Als LPGGz zoals in dit stuk aangegeven een of zelfs DE hoofdrol gaat spelen waar het gaat over mensen die beperkingen ervaren (door GGZ clienten genoemd) en hun recht op zelfregie, dan komt er naar mijn gevoel weinig terecht van een betere en complementaire implementatie van zelfhulp en ervaringswerk. Mensen die er zijn voor mensen en geheel vrijwillig ervaringen uitwisselen aan elkaar.

    De LPGGz kan en mag niet gezien worden als vertegenwoordiger van mensen die niet in het GGZ-systeem bekend zijn als “patiënt” of “client”. De preventieve werking, het nut en de kracht van zelfhulp en ervaringswerk is er juist op gericht mensen zelf te laten kiezen daar gebruik van te maken en daarmee buiten dossiervorming en registratie te blijven van de 2e lijn zorg. In het gunstigste geval kan de betreffende mens opname voorkomen door volledige verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar gedrag, gezondheid en welzijn vrijwillig gebruikmakend van de voor hem/haar beschikbare zelfhulp en ervaringswerk in zelfregie en zoals het nu weer genoemd wordt (Whats in a name) zelfmanagement. De mens, als zelfsturend individu, eigenaar van de door hem/haar gewenste zorg, zowel informeel als formeel. Het aantal mensen dat hieronder valt, is vele malen groter dan het aantal dat LPGGz kan en mag vertegenwoordigen.

    Waar halen ze deze grootheid en status vandaan hier een “leidende” rol te spelen als LPGGz en waar is de vertegenwoordiging van de “lijdende” rol van alle andere mensen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s