Week van de Kwaliteit afl.5: Twee verhaaltjes

Okee mensen, vandaag even adempauze voor ondergetekende, maar we houden het vuurtje gaande met twee verhaaltjes uit de niet al te oude doos: blogberichten van een paar jaar geleden zet ik hieronder omdat ze naar mijn idee een paar zaken waar het deze week over gaat goed illustreren. En ze zijn grappig. Vind ik. Maar smaken verschillen.

Smaken Verschillen – Een Sprookje van de Culinariteit

Er was eens, in een land hier ver ver vandaan, een koning, die heel erg van lekker eten hield. Dat kwam mooi uit, want hij woonde in een land dat bekend stond om zijn uitstekende culinaire kwaliteit. De koning, die een beetje dom was, maar gelukkig getrouwd met een mooie Zuid-Amerikaanse schoonheid, had al lang geleden het beheer van het eten overgedragen aan zijn hertogen en graven. Je had graaf Achmea, hertog Menzis, markies Univé en nog een stel baronnen en burggraven. Zij moesten het geld verdelen tussen de culinaire instellingen, en toezien op de kwaliteit en de prijs. De burgers betaalden de graven, die betaalden de restauranthouders, en als de mensen gingen eten, stuurde de restaurant de rekening naar de graaf.  In de vette jaren liep dit prima, al had je natuurlijk altijd weer kleine oorlogjes tussen de graven en hertogen, waardoor uiteindelijk maar 4 grote graafschappen overbleven die het rijk verdeelden. Maar het eten kon goed betaald worden, werd warm opgediend omdat de wachtlijsten waren weggewerkt, en de meeste mensen waren tevreden. Dit systeem heette: de Culinariteit.

Maar er was een probleem. Een stel nare heksen had een brouwsel van toxische doorverkochte hypothecaire leningen gemaakt, die aan argeloze burgers verkocht en vervolgens de boel als een kaartenhuis laten instorten. Het koninkrijk was daardoor arm geworden en iedereen vroeg zich af hoe het eten betaald moest worden. Elke florijn moest omgedraaid worden, ook in de Culinariteit.

Gelukkig had de koning drie wijze raadsmannen: Prijs, Waterhuis en Koepers, en die hadden een mooie oplossing: ze lieten de draak Marktwerking los op het land, en die legde het vuur aan de schenen van de koks en de restauranthouders. Marktwerking  had 1 duidelijke boodschap voor de Culinariteit: ‘ Moge de beste winnen. De rest wordt geroosterd.’

Nou, dat had effect. De koks gingen harder aan het werk. Ze vonden nieuwe gerechten uit. Mooie nieuwe restaurants verrezen. De graven en hertogen gingen ook aan de slag, gaven de burgers kortingen en legden de restaurants keurmerken en kwaliteitsrichtlijnen op. De restauranthouders maakten reclame met hun innovatieve producten, vooral het ambulant buffet en e-burgers werden razend populair. Af en toe werden er een paar burgers geflambeerd, maar als men daarover kwam klagen zeiden de wijze raadsmannen: ‘Ho ho, die draak is afgericht he, het is dus geen echte Marktwerking maar Gereguleerde Marktwerking.’ Dit werkte altijd.

Maar er gebeurden ook andere dingen die niet zo handig waren. Sommige restaurants fuseerden, zodat ze zich beter konden verdedigen tegen de draak. De koks kregen vaste menulijstjes van de graven, dan wisten die zeker wat voor eten er opgediend werd. Ze moesten elke dag precies bijhouden hoe lang ze met wel gerecht bezig waren geweest. De restauranthouders kwamen om in de keurmerken. Als de koks kwamen klagen bij de koning, zeiden de wijze raadsmannen: ‘De Culinariteit is veel te lang een black box geweest, de burger wil weten wat er in de keuken gebeurt. Transparantie is noodzaak.’ Dit werkte altijd. Sommige klanten waren echter niet tevreden, want die merkten dat de bediening steeds meer in een keurslijf liep en steeds minder tijd had voor een praatje.

Maar er was nog een nijpender probleem: niemand wist eigenlijk wat lekker eten was. Sommige klanten hielden van spijzig, anderen van flauw. Veel en vet of juist klein en artistiek. De graven hielden de restauranthouders voor dat ze klanttevredenheidslijsten moesten bijhouden, maar de klanten hadden na het tafelen weinig zin om de lijsten in te vullen, bovendien was de helft toen beschonken waardoor er twijfels waren bij de validiteit van de resultaten. De graven, die van Marktwerking ook moesten concurreren, gingen bij gebrek aan zicht op kwaliteit maar geld geven aan de goedkoopste aanbieder. Daardoor schoten de HSK’s en McDonalds uit de grond (HSK betekent trouwens de HogeSnelheidsKeuken), die door de fijnproevers badinerend als ‘eetfabrieken’ werden aangeduid, en moesten restauranthouders delen van hun restaurant verkopen of verhuren om rond te komen. De koks en obers moesten nóg harder rennen. Ondertussen viel het de restauranthouders op dat de graven en hertogen in steeds grotere leasebakken reden, en hun geldpakhuizen steeds groter werden, maar als ze daarover klaagden zeiden de wijze raadslieden: ‘De graven en hertogen hebben geen winstoogmerk.’ Dit werkte altijd.

Omdat iedereen van de draak flink moest produceren, raakte het geld nóg sneller op. Dat was nou juist niet de bedoeling. ‘Nou, wie het weet, mag het zeggen,’ zei de koning. ‘Ik weet het!’, zei de nar KaaPeeMGee. ‘We laten de mensen gewoon zelf betalen voor hun eten!’ ‘Briljant!’, juichten de wijze raadslieden.

Maar het volk begon nu écht te morren, want de arme burgers kwamen in geldnood en konden het eten niet eens betalen. Prinses Maxima beklaagde zich hierover tegen de koning. ‘Ach Maxima,’ zei de koning, ‘waarom maak jij je toch altijd zo druk over de Minima!? Ze kunnen dat eten toch ook zelf uitvogelen?’ En de wijze raadslieden zeiden: ‘Herstel, dat doe je zelf.’ Dit werkte altijd, maar nu effe niet. Het volk bleef namelijk morren, want hun maandelijks Culinariteitsrekening ging steeds verder omhoog. De koks waren de draak zat, en zeiden: ‘Weg met de Marktwerking!’ ‘Gereguleerde Marktwerking he,’ zeiden de wijze raadslieden. De graven zeiden: ‘We moeten Marktwerking juist de vrije hand geven, hij is nog veel te lief.’ En de koning, die zuchtte, en wist het niet meer. KaPeeMGee deed een dansje en zei: ‘Lekker eten is een mix van zoet en zuur. Laat ze blijven concurreren, maar nu op kwaliteit!’ ‘Maar wie gaat nu bepalen wat kwaliteit is?’, vroeg de koning. ‘Wij!’ Zeiden de graven, die stiekum achter de gordijnen hadden meegeluisterd. ‘Wij!’, zeiden de koks, die zijn maaltijd hadden voorbereid. ‘Wij!,’ zeiden de restauranthouders, die via videoconferencing meekeken. En KaPeeMGee, die lachte alleen maar, en zei: ‘Sorry, ik ga ervandoor, ik moet dringend een formatie leiden.’

De koning was doodongelukkig. Iedereen had het over kwaliteit, maar niemand wist wat dat was. De één vond dat je zoveel mogelijk klanten moest helpen voor een redelijke prijs, de ander wilde geen concessies doen aan kwaliteit, weer een ander was een prijsvechter die middels een slimme recycle techniek dezelfde hamburger wel drie keer kon verkopen, afijn, u snapt het. De Grote Vier dachten: hopeloos, deze club. En ze droomden van de tijd dat ze gewoon nog tweedehands auto’s verkochten.

Toen kwam er een reizende doedelzakspeler. Omdat iedereen hem met stenen bekogelde als hij doedelzak ging spelen, was hij maar organisatieadviseur geworden. En hij zei: ‘Wat hebben jullie het toch raar geregeld. De Graven eten wel samen met de restauranthouders, maar niet met de koks. De burgers eten wel bij de restauranthouder, maar schuiven nooit aan tafel bij de Graaf. En de koning eet vrijwel altijd in zijn ivoren toren, in het kasteel. Waarom gaan jullie eigenlijk nooit samen aan tafel zitten?’ De hofarts riep ‘Ja! Een keukentafelgesprek!’ Maar de koning had een hekel aan de hofarts omdat ze teveel rookte, en flikkerde haar in de hofvijver. De doedelzakspeler zei dat je ook niet de koninklijke tafel moest gebruiken, maar duizend kleine tafeltjes, in elke stad één, waar een Afgezant van de Koning, de Voorzitter van de lokale eetclub, de restauranthouder en de Graaf samen moesten gaan dineren. De kok schoof ook aan tafel nadat hij waarneming had geregeld. De Graaf die zoveel winst had gemaakt op de doorverkoop, moest van de koning de etentjes betalen, de uitnodigingen versturen, en de reiskosten vergoeden van de arme burgers die de reis niet konden betalen. De koning en zijn hofhouding stelden elk jaar vast hoeveel er mocht worden uitgegeven aan eten, en tijdens die heerlijke etentjes, kwamen ze er samen wel uit, wat lekker was. En de doedelzakspeler en de draak trokken verder naar een ander land, want waar Marktwerking gaat, volgen organisatieadviseurs op de voet.

Ze aten nog lang en gelukkig.

 

Komt een zorgstelsel bij de dokter

Goed, komt er dus laatst een zorgstelsel  (ZS) op mijn (de P van psychiater) spreekuur.

ZS: Ik voel me niet lekker.

P: Vertel het eens.

ZS: Ik voel me gewoon…opgezwollen. Ik pas nauwelijks in mijn kleren en ik heb overal rare bulten en uitgroeisels. En ik ben moe. Voor m’n gevoel ben ik alleen maar aan het rennen. Mijn vrouw vindt dat ik er niet goed uitzie en mijn baas zei laatst: Mijn God man, wat ben je gegroeid. Dat is niet houdbaar hoor!

P: Je ziet er inderdaad slecht uit.

ZS: Dank u. Ik snap ook wel dat hij baalt want ik zit al een tijdje in de Ziektewet en hij maar dokken. Maar het wordt er niet beter op.

P: Waar werk je eigenlijk?

ZS: Bij De KNS. Koninklijke Nederlandse Samenleving. Groot bedrijf, ruim 16 miljoen klanten.

P: Pittig. En, heb je zelf misschien een idee waar het van komt?

ZS: Zeg, wil je dat jaren-zeventig-geleuter voor je houden, ja? Ik kom hier omdat ik dat niet weet, sukkel.

P: Okee, okee, laten we maar eens kijken. Kleed je maar uit.

(even later)

P: Poeh poeh, ja, ik zie het al. Je hebt gegeneraliseerde volumegroei. Her en der allemaal wildgroei, op allerlei plekken waar groei helemaal niet nodig is. Maar ik zie ook de nodige operatielittekens. Ben je misschien onlangs nog onder het mes geweest?

ZS: Joh, dat wil je niet weten. Elke keer dat dokter Schippers een bult ziet, stuurt ze me naar de chirurg. Nou, die haalt elk jaar iets weg. Net de Kerstman maar dan andersom, ha ha. Afgelopen jaar nog een tariefkorting en dit jaar krijg ik een pakketverkleining. Ik weet ook niet wat het allemaal is, maar mijn vrouw maakt zich wel zorgen over die pakketverkleining. Ze is nogal gesteld op mijn pakketje, heh heh.

P: Wilt u de onsmakelijke grapjes voor u houden AUB. Ik wil graag even een paar foto’s maken, kom maar even verder, ik heb toevallig net een CT aangeschaft.

ZS: Wooo, een CT, hier in de praktijk?

P: Jawel meneer, de zorg komt tegenwoordig allemaal dicht bij de burger! Worden we allemaal beter van.

ZS: Zeg, zit daar ook een eigen bijdrage op?

P: Geen idee. Soms wel, soms niet. Wacht, ik pak de krant van vandaag er even bij…. hebbes! U boft, het kost u niks. Kom maar even liggen.

(even later)

P: Zo, even kijken….mmm….mhmmmm…..tjonge jonge…..mmm….

ZS: Is het ernstig dokter?

P: Nou, laat ik het zo zeggen, die wildgroei komt niet uit de lucht vallen. Je hebt polypoliosis.

ZS: Duh?

P: In gewoon Nederlands: teveel poli’s. Snotterpoli’s, hoestpoli’s, poeppoli,s, Indigo-ik-heb-een-beetje-stress-poli’s, ik-weet-niet-wat-ik-heb-maar-ik-weet-zeker-dat-ik-iets-heb-poli’s,ik-heb-niks-maar-ik-wil-toch-zeker-weten-dat-ik-niks-heb-poli’s,  je lijf is ervan vergeven.

ZS: Ai.

P: Ai, inderdaad. Maar daar blijft het helaas niet bij. Je Administratieklier is 6x zo groot als dat ie moet zijn. En je Maatschap draait overuren.

ZS: M’n Maatschap?

P: Ja, die doet op zich hele goeie dingen, maar hij doet nu wel heel veel, wat ook weer die volumegroei in de hand werkt. Ik zie trouwens ook dat een paar van je Instellingen gefuseerd zijn. Hmmm. Polypoliosis, vergrote Adminstratieklier, hyperactieve Maatschap, gefuseerde Instellingen… gebruik je soms medicijnen?

ZS: Ja, van dokter Schippers gekregen. Ik heb ze voor de zekerheid meegenomen.

P: Prachtig, laat eens kijken. Aha, Topmarktex! “Marktwerking in een doosje, voor een bedrijf als een roosje!” Leuke reclame is dat hè.

ZS: Ja, dat ze Martin van Rijn zo gek gekregen hebben om dat dansje te doen hè. Dokter Schippers zei dat ik daar doelmatiger en goedkoper van zou worden.

P: Tja, het is effe anders gelopen, niet? Dat middel moet je ook alleen maar gebruiken onder strakke begeleiding. Het is een pittig middel, kan veel bijwerkingen geven. Waarom ben je het eigenlijk gaan gebruiken?

ZS: Nou, op het werk waren er wachtlijsten en die moesten weggewerkt worden. Dus we moesten allemaal een tandje bijzetten. Productie draaien he. Afijn, een hockeyvriend raadde me dr. Schippers aan, die heeft het voorgeschreven. Ik gebruik het al een paar jaar.

P: Wacht eens effe, ben je nu aan het toegeven dat je eigenlijk doping hebt gebruikt?

ZS: Zeg, iedereen deed het in die tijd hoor! Niemand wilde achterblijven, dus daarom is iedereen als een gek aan de slag gegaan om te produceren! Het liefst wil m’n baas iedereen aan de Topmarktex!

P: Als we het toch over gek hebben, je GGZ ziet er tamelijk beroerd uit. Die is aan de ene kant opgezwollen en er zitten overal littekens van het snijden.

ZS: Ja, de chirurgen zeiden dat die het hardst van allemaal groeide. Dus daar moest het mes flink in. Ze zeiden trouwens dat de mensen daar toch niet over zouden klagen want ze vinden het maar een raar orgaan, die GGZ. Ziet er net uit als een zwarte doos, niemand die weet wat er in omgaat.

P: Ja, het probleem is alleen dat ze wel op hele rare plekken hebben zitten snijden. Ook op plaatsen waar gewoon gezond weefsel zat wat hard nodig was. Niet te best. Bovendien doen ze niks aan de oorzaak, dus dan kun je blijven snijden. Hoe heetten die chirurgen waar je geweest bent?

ZS: Nou een heel deftige instelling hoor, het CVZ, ik geloof dat het ‘Chirurgen Voor Zorg’ betekent. Hun motto is ‘Alleen het hoognodige!’ Ja ik ga er maar vanuit dat die chirurgen weten waar ze het over hebben he. Ik dacht, ze zullen zichzelf niet voor niks ‘College’ hebben genoemd, dan ga ik ervan uit dat ze ook in de collegebanken hebben gezeten.

P: Dat zou nog wel eens kunnen tegenvallen. Maar afijn, laten we eens kijken wat we eraan kunnen doen. Kijk, het zou goed zijn als je weer aan het werk ging, rust roest nietwaar, maar je moet het wel rustiger aan gaan doen.

ZS: Maar dan ben ik m’n baan kwijt!

P: Luister, wat vind je nou belangrijker, je baan of je gezondheid? Kijk, ik snap dat er productie gedraaid moet worden, maar je moet je afvragen waar dat van ten koste gaat. Dat medicijn wat je neemt is nog experimenteel, en in elk land werkt het anders. Dus het moet goed begeleid worden. Heeft die dr. Schippers je regelmatig onderzocht?

ZS: Ja, ik krijg regelmatig controles, door VWS, de NZa, de NMa. Die maakten zich wel zorgen over de bulten maar zeiden dat ik vooral moest doorgaan met de Topmarktex.

P: Ja, ze zijn allemaal erg enthousiast over dat product, je zou bijna denken dat ze er aandelen in hebben. Maar het is echt geen onschuldig middel. Het kán goed werken, maar alleen onder stricte voorwaarden. Ik moet je even bloedprikken.

ZS: Au! Kun je niet effe waarschuwen?!

P: Zeg, ik moet ook aan m’n productie denken hè. Even in de Marktscanner stoppen…. Klaar! Aha. Kijk eens aan.

ZS: Gaat dat zo snel?

P: Ja joh, mooi apparaat is die Marktscanner, heb ik betaald uit mijn PGB, maar dat is een ander verhaal. Maar luister, ik heb de uitslagen. Kijk, je hebt op zich een heleboel gezonde cellen in je lichaam: hardwerkende  verplegingscelletjes, noeste artslichaampjes, en gezonde facilitaire diensten. Her en der zie ik ook een gezwollen manageroblast van wel 2x de Balkenendenorm, daar moeten we wel wat aan doen. Dat krijg je ook van Topmarktex, manageroblasten, bekende bijwerking. Vervelende is dat die manageroblasten die wildgroei nogal in de hand werken. Maar het probleem zit ‘m vooral in twee dingen: je hebt minder consumenten dan patiënten, en je consumenten zijn van het verkeerde type.

ZS: He? Ik dacht dat ik juist vooral patiënten moest hebben.

P: Ja, in principe wel, maar als je Topmarktex gebruikt is het de bedoeling dat die patiënten consumenten worden, en wel van het zogenaamde ‘kritische’ type. Die moeten punt één niet eindeloos zorg vragen, en ze moeten vooral kijken naar kwaliteit ipv kwantiteit. Maar jij hebt vooral nog patiënten, en de consumenten die jij hebt zijn van het IRS-type.

ZS: IRS???

P: ‘Ikke ikke en de Rest kan Stikke’. Die willen juist alleen meer kwantiteit. Het kan hun niet groot genoeg. Oh, en ik zie ook dat je RZP’s hebt.

ZS: RZP’s?

P: Rafelige ZorgProducten. Voor Topmarktex moet je SZP’s hebben, Strakke Zorgproducten. Die passen het beste bij Topmarktex, die gaan snel, efficiënt en doelmatig door het systeem. Maar als je veel RZP’s hebt, krijg je problemen: Topmarktex gaat proberen die om te vormen tot SZP’s , maar dat gaat vaak ten koste van je verplegingscelletjes en je artsenlichaampjes, en als dat niet lukt gaat het de SZP’s overstimuleren met wildgroei tot gevolg. Even een biopt van die bult nemen…

ZS: Au!! Kap nou!

P: Da’s de laatste, beloofd. Aha, dacht ik het niet: een Poliepenpolipoliep. Typisch geval van een wildgroei van SZP’s. Nou, het is wel duidelijk, dacht ik zo.

ZS: Kunt u me helpen dokter?

P: Nou, ik ben bang dat je dit vooral op Eigen Kracht moet gaan doen, dat is overigens ook helemaal hip tegenwoordig. Maar waar het op neerkomt is dat je met die Topmarktex moet gaan stoppen, of in elk geval flink afbouwen de komende tijd. Je kan er niet goed tegen, je lijf is er niet voor geschikt, je vergroeit er helemaal van, vervolgens gaan die chirurgen zowel het wild vlees als de goeie organen wegsnijden, als het zo doorgaat krijg je een administratietumor en bezwijkt je Maatschap, maar bovendien: je bloed heeft niet de juiste samenstelling ervoor. Het kán gewoon niet bij je werken.

ZS: Maar dr. Schippers vindt dat ik juist méér moet nemen omdat het niet werkt.

P: Luister knul, en ik zeg dit niet graag over een collega, maar misschien moet je overwegen een andere dokter te nemen. Kijk, het is vast een prima dokter hoor, ik heb begrepen dat ze heel goed is als je met roken wilt stoppen, maar ze is wel heel erg gehecht aan dat middel. Ik heb je goed doorgelicht, en nogmaals, jouw lijf is er niet voor geschikt. Het middel kan prima zijn hoor, maar dan voor een ander.

ZS: Maar hoe moet het dan met de productie?

P: Nou kom je op mijn terrein. Kijk, tot nu toe ben je die productie nogal heel erg in kwantitatieve termen aan het bekijken. Denk nog eens terug aan wat je nog meer belangrijk vindt. Waarom ben je dit werk ook alweer gaan doen?

ZS: Nou, mensen helpen en zo, en omdat ik mensen heel interessant vind. Ik vind het gewoon leuk om met ze bezig te zijn.

P: Ja, en je weet ook dat je mensen niet altijd helpt door ze meer te geven. Soms moet je ook gewoon zeggen: dit is het, meer zit er niet in. Je verpleegcelletjes en huisartslichaampjes zijn daar vooral erg goed in. Die worden nu allemaal overgestimuleerd door de Topmarktex, maar als je daarmee stopt, dan hebben ze straks meer ruimte om nee te zeggen tegen de patiënten en ook de tijd te nemen om die patiënten daarin op te vangen, want het is natuurlijk niet leuk om nee te horen.

ZS: Maar mijn baas wil helemaal niet dat ik nee zeg! Die wil juist meer klanten! En zijn aannemer, de ZN BV, denkt er precies zo over!

P: Ik weet het, die twee hebben allebei redenen om geen nee te willen zeggen tegen hun klanten, de één omdat er elke vier jaar verkiezingen zijn, de ander omdat die ook Topmarktex gebruikt. De papieren producten van ZN BV, die passen beter bij Topmarktex, maar op moment dat jij jouw producten daarop moet gaan afstemmen, gaat het mis. Maar misschien kan zelfs de ZN BV overgehaald worden om in elk geval minder Topmarktex te gebruiken, of beter rekening te houden met jouw conditie. Het zal wel wat overleg vergen.

ZS: Nou, ik vind het nogal wat hoor, het klinkt als een enorme verandering. Niemand zit te wachten op een stelselwijziging.

P: Ja, dat hoor ik vaker, maar ondertussen worden er vanwege de wildgroei links en rechts wel ingrijpende operaties uitgevoerd met flinke gevolgen voor veel mensen. Mensen met impopulaire ziekten zijn het haasje, en het wordt steeds meer: eigen schuld, dikke bult.

ZS: Zeg je praat met iemand met bulten hoor.

P: Spreekwoordelijke bulten he. Geen echte bulten. De meeste mensen met echte bulten kunnen op veel sympathie rekenen, daar wordt niet gauw gesneden. Maar owee als je een beetje rare onduidelijke ziekte hebt, een dure, of zelfs eentje die je niet op een CT kunt zien! Dan lonkt het mes van de chirurg. Maar wat jij moet doen, is je een dag aan dit productiegeweld onttrekken en eens goed bij jezelf nadenken: waar was het me ook alweer allemaal om te doen? Waarom ben ik dit ooit gaan doen? Waar zit m’n beroepstrots? Wat zijn mijn professionele waarden? Dat moet je je baas maar eens duidelijk gaan maken.

ZS: Ja hoor, in m’n eentje zeker.

P: Dat hoeft niet. Het zal je verbazen hoeveel er net zo denken als jij. Vrijwel iedereen is het erover eens dat die wildgroei niet goed is, alleen is het punt dat ze niet allemaal erover eens zijn wat eraan moet gebeuren. Maar hier geldt: luister naar je lichaam. Het zijn juist de verpleegkundigen, artsen, psychologen, diëtisten enz., kortom, alle werkercelletjes, die hebben gezegd: we vinden het niet goed dat er alleen naar productie gekeken wordt, we willen kwaliteit leveren. Die gaan liever betere productie leveren dan meer productie. De beroepsverenigingen hebben dat ook al gezegd. Patiënten staan ook erg sceptisch tegenover Topmarktex. Het is waarschijnlijk ook daarom dat je nog steeds gewoon veel patiënten hebt ipv consumenten, de patiënten hebben er weerstand tegen opgebouwd. Maar ja, als je baas zelf ook fan is van Topmarktex, ja, dan is het moeilijk te verkopen. En wist je dat als je mangeroblasten flink behandelt met Ethicol, die zelfs weer minder opgefokt kunnen doen en het kleine gaan waarderen? Gelukkig heb je ook genoeg goede managers in je systeem, het is alleen dat die manageroblasten ze wat overschreeuwen hè.

ZS: Mijn baas zegt: Topmarktex bestaat niet want die wordt goed gereguleerd.

P: Ja die heb ik ook vaker gehoord. Nou ja, een pitbull aan een lijn is nog steeds een pitbull. Het is maar net hoe je het reguleert. Als je een tijger in je tank stopt ga je hard rijden, maar de tijger kan ook je motor mollen. Hoe dan ook: samen sta je sterk, en het is beter op te komen voor je waarden dan op je krent te blijven zitten klagen, ja toch? Waar doe je het anders voor? Je salaris?

ZS: Hm. Zeg, ik moet gaan, m’n baas verwacht me. Dank u wel dokter. Ik zal erover nadenken.

P: Okee. Ik hoor nog van je, okee?

 

~AR

Advertenties

3 thoughts on “Week van de Kwaliteit afl.5: Twee verhaaltjes

  1. karola kleyn schreef:

    De verhalen van Alan Ralston om de marktwerking in de zorg op een narratieve manier uit te leggen vond ik zeer treffend, grappig, beeldend en confronterend .Goed gedaan Alan!
    Karola Kleyn SPV/systeemtherapeut

  2. Het sprookje is geweldig. Door de magie en de vergelijking met de voedingsindustrie ook zeer treffend in te leven.

    Misschien is het vraaggesprek beter te profileren in een apart blog om de mix tussen realiteit en magie even uit te stellen.

    Onwerkelijke bevindingen in de reële wereld verdienen het om even als luchtbel door het leven te gaan voordat de grote droom ‘vooruitgang’ werkelijk uit elkaar spat.

    Heb genoten van de inleiding,

    Met vriendelijke groeten, Anki Raemaekers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s