De Kwaliteitsslag – Deel 5

In de voorgaande aflevering hebben we de petitie StopBenchmarkMetROM en de eerste reacties behandeld. Opvallend was dat er best wat overeenstemming leek te zijn: zowel over de waarde van klinische ROM als over de problemen rond benchmarking met ROM. Twee twistpunten kwamen naar voren: de perspectieven op verbetering van de methodologische problemen rond benchmarking, en de ‘koppelverkoop’ van ROM: er lijkt een -impliciete-  veronderstelling bij de ‘pro-ROM’ debaters dat je alleen pro of tegen ROM tout court kunt zijn, en niet, zoals SBMR, contra ROM-benchmarking (in de huidige toestand). We hebben de beroepsverenigingen en GGZ NL nog niet gehad, dus die volgen nu, waarna we in zullen gaan op de Kamervragen en de reactie van de minister, met de opmaat voor de privacy problematiek. Eerst dus: de verenigingen.

We beginnen bij een omvangrijke groep: de psychologen. Die hebben (historische redenen) nogal wat verenigingen, ziehier een lijst die nog niet eens compleet is. Als graadmeter voor politieke invloed is één optie om te kijken naar wie de Bestuurlijke Akkoorden heeft mede-ondertekend, hier de meest recente. Ik link gelijk naar de officiële standpunten van de LVVP en P3NL over de ROM-kwestie. Over P3NL moet u trouwens wel even weten dat dit een federatie is van 9 psychologen-beroepsverenigingen en daarmee 20.000 leden vertegenwoordigend. Ziehier. Om met hun te beginnen: ook zij zijn het op de inhoud eens met de petitie: in de huidige staat kan niet met de gegevens gebenchmarkt worden. De crux zit in de volgende paragraaf:

“Het is op dit moment namelijk nog onvoldoende mogelijk om behandelresultaten te corrigeren voor verschillen in casemix. Dit ‘casemix’-probleem is waarschijnlijk nooit helemaal oplosbaar, maar op termijn wel goed genoeg om op basis van ROM-gegevens vergelijkbare behandelaars of instellingen die onvoldoende presteren te identificeren. Wel kunnen benchmarks nu al gebruikt worden als uitgangspunt voor discussie tussen behandelaars, afdelingen en instellingen over de aanpak en kwaliteit van hun behandeling. Benchmarking als kwaliteitsinstrument past in een meet-bespreek-en-verbetercyclus.”

Hier wijken de opvattingen. P3NL stelt dat het casemix-probleem (zie afl. 1 & 2) goed genoeg op te lossen is op termijn om matig presterende instellingen te identificeren. Dit argument wordt dus herhaald gebezigd, maar zelden onderbouwd. Want we zagen eerder dat het AR-rapport juist aangaf weinig perspectief op verbetering te zien. Dit punt wordt dus genegeerd, lijkt het.

Een ander argument is eveneens opvallend: “Zonder ROM is gepast gebruik van zorg en transparantie over de effectiviteit niet mogelijk.” Dit is aantoonbaar onjuist, er zijn immers wereldwijd vele andere methoden voor het bereiken van transparantie (afhankelijk van hoe je dat definieert) en het ‘passend’ houden van zorg voorhanden. Hier wordt een valse dichotomie en ook iets van een angstbeeld geschapen: zonder ROM geen transparantie. Het is een ‘TINA’ argument dat ook over de DSM is ingezet: There Is No Alternative. Tot die er wel is.

Dezelfde soort argumentatie wordt door Jeroen Muller, bestuurslid P3NL, vicevoorzitter NIP, en voorzitter Raad van Bestuur van Arkin in een blog voor Skipr gebruikt.

“Er is sterke kritiek op het gebruik van de ROM. De kritische vragen gaan over validiteit, privacy, mogelijkheid tot benchmarken, administratieve druk, de match tussen instrument en stoornis, het afrekenen door zorgverzekeraars en mogelijk nog wat kleinere issues.

Het alternatief is niets doen en gewoon verder gaan met zoals we het nu doen.”

Het is niet helemaal een juiste weergave van de SBMR bezwaren, maar het punt is dat als alternatief voor ROM…. niets doen wordt voorgesteld. Wederom een valse dichotomie, en ook wat men noemt een falen op het criterium van de ‘principle of charity‘, waarbij je in een debat het argument van je tegenstander zo accuraat mogelijk moet weergeven (vandaar dus ook dat ik hier de moeite neem om de stukken van voor- en tegenstanders ongefilterd aan te halen). Dhr. Muller brengt dus niet de alternatieven naar voren, en schurkt tegen een stroman argument aan, want hij impliceert hiermee dat SBMR liever niks zou doen aan transparantie etc. Verderop nog een valse dichotomie: “In plaats van klagen over de ROM, praten we weer over onze professie.”

Dhr. Muller stelt voor om de knelpunten diepgaand, met elkaar, te onderzoeken, en onderwijl de afspraken in de Agenda te honoreren. Dat laatste is een extra argument: afspraak is afspraak. Dat klinkt sterk. Ware het niet dat men natuurlijk ook wel eens van akkoorden afwijkt, beredeneerd, net als van richtlijnen. Je kunt wel zeggen: daar moet je dan goede redenen voor hebben. Maar dan ben je weer terug aan het begin van de discussie. Afijn. Wat vond de minister er eigenlijk van? Die kreeg een aantal vragen van SP-kamerlid Lilian Marijnissen over de kwestie, ziehier haar antwoorden. Interessant om te lezen! Ook de minister onderschrijft allereerst het belang van de klinische ROM. Wat zegt ze over benchmarking?

“Zoals ik al aangaf in mijn reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer zullen partijen steeds moeten (blijven) nagaan en benoemen waar de grenzen van het zinvolle gebruik van ROM-gegevens liggen, wat de zeggingskracht is en wat de tekortkomingen zijn van de ROM-informatie.”

Zo kennen we onze liberale minister! Maar toen kwam er een addertje onder het gras. Terwijl de wetenschappers allemaal over validiteit, casemixes en delta-t’s aan het bakkeleien waren, was er nog een vraagje over privacy en toestemming. De ROM gegevens worden namelijk ‘dubbel gepseudonimiseerd’ aan het SBG aangeleverd, en dat klinkt best pittig, maar het is dus niet anoniem.

“Met de uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is duidelijk geworden dat pseudonimiseren geen anonimiseringmethode is, maar een beveiligingsmaatregel om privacyrisico’s te verkleinen. Voor de verwerking van (dubbel) gepseudonimiseerde gegevens is dus een wettelijke grondslag nodig op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het verkrijgen van expliciete toestemming van de patiënt is een van de grondslagen.”

Hiermee werd de discussie in één klap verengd tot de privacykwestie, wat zelfs uitliep op het advies om de aanlevering van ROM aan SBG op te schorten. Meer hierover in de volgende aflevering, waarin cliënten het adagium gingen volgen: ‘Don’t get mad, get angry!’

~AR

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s